Tom Poes en de Wereldleiders

Inleiding
Deze website maakte ik aanvankelijk anoniem. Maar inmiddels weet ik dat de erfgenamen van Marten Toonder geen bezwaar maken tegen deze publicatie. Daarom zet ik nu mijn naam eronder:
Fred de Koning (auteur van o.a. "Balance & Bulls - perikelen rond een popgroep" en "Jan Prins zoekt zich wezenloos naar de dikke Arie Roos").
Deze website bevat een verhaal over Ollie B Bommel en Tom Poes die te maken krijgen met een machtige en gevaarlijke tegenstander... Correctie: tegenstanders!
Want al het kwaad dat we uit de Bommelreeks kennen (behalve Hocus P Pas - we houden het geloofwaardig) spant samen om de macht over de hele wereld te verwerven.
Zullen onze helden deze vijanden overwinnen? De toekomst zal het leren!
Ik heb gebruik gemaakt van de figuren en originele tekeningen van Marten Toonder (soms bewerkt). Het maakt het verhaal een stuk toegankelijker voor de gemiddelde lezer.
En wie de link wil doorgeven aan anderen:
De url van deze website is superurl.nl/bommel
De url van de banner (om de "reclame" te versieren) is
https://superurl.nl/Bommel/bommelbanner.gif

Tom Poes en de Wereldleiders

Op een heuveltje aan de rand van het Donkere Bomen Bos komen toeristen soms om een mooi uitzicht over de stad Rommeldam te hebben. Maar op deze ochtend zien wij een eenzame figuur in een wapperende mantel verbitterd over de stad uitkijken.
"Ei ei, welk een onrechtvaardige wereld is dit toch!" horen wij hem mompelen. "Ik heb zoveel goeds gebracht en als dank heeft men mij verstoten. Men begrijpt mijn uitvindingen niet of men noemt ze onmenselijk, alleen maar omdat er een paar slachtoffers zouden vallen voor het goede doel. Ach ach, het zou zo mooi zijn als het intellect over de wereld zou regeren..."
"Wel, ouwe reus..." klonk een stem achter hem. "Wat je wilt, dat kan, hoor! Alles wat je nodig hebt, zijn de juiste figuren op de juiste plaats."
Professor Sickbock keek verstoord om en zag twee aan lager wal geraakte lieden. "Pardon, maar wie zijt ge en waarom bespioneert ge mij?"
"Mijn naam is Bul Super," zei de grootste van de twee, "en dit is mijn trouwe maat... Jij wilt dat het intellect over de wereld regeert en daar kan ik voor zorgen."
"En ik ook, hè baas?" zei de kleine, die de oplettende lezertjes al hebben herkend als Hiep Hieper.
"Wel wel, ge spreekt interessante taal, mijn waarde. Laten wij eens overleggen hoe wij kunnen samenwerken om dit ideaal tot werkelijkheid te maken."
"Het is simpel, ouwe jongen. Wat wij nodig hebben is een land met een nog jonge revolutie. Een land dat nog in opbouw is. Iets jongs kun je kneden totdat het de vorm heeft die je wilt. Dat land zal de heerschappij over de wereld hebben, als we maar de juiste stappen ondernemen."
Professor Sickbock dacht na. "Dit klinkt interessant. Ergens in het zuiden ligt Moronië*. Dankzij een zekere Bommel is daar enige onrust ontstaan tussen de voor- en tegenstanders van de kramerij..."
Hoe dit gesprek verder liep, zal de loop van deze geschiedenis ons tonen.
* zie "de onbetaalbare reis"

Op een morgen zat Heer Bommel de krant te lezen. Tom Poes kwam daar toevallig langs en luisterde door het raam naar de stukjes die zijn gastheer voorlas.
"Alles lijkt steeds sneller duurder te worden, Tom Poes. Geld speelt natuurlijk geen rol voor een heer van stand, maar toch zou ik wel eens willen weten waarom men steeds meer wil hebben voor dezelfde dingen die men koopt, als je begrijpt wat ik bedoel."
"Dat heet inflatie, heer Ollie. De dingen worden niet echt duurder, maar het geld wordt steeds minder waard."
"Onzin, jonge vriend. Geld is geld en dat is waard wat het waard is, zei mijn goede vader altijd."
"Maar heer Ollie, u weet toch dat de regering soms niet genoeg geld heeft om een groot project te betalen? Dan drukken ze nieuwe bankbiljetten, en daardoor daalt de waarde van het geld. Als dat niet zou gebeuren, zou er meer geld in omloop zijn dan de totale waarde van alles wat er te koop is."
"Je praat naar je verstand hebt, Tom Poes. Wij zullen persoonlijk de directeur van de Rommeldamse Bank eens een bezoek brengen; die zal je dan haarfijn vertellen hoe het echt in elkaar zit."
Terwijl de Oude Schicht naar Rommeldam reed, schudde de trouwe bediende Joost zorgelijk het hoofd terwijl hij zijn geld zat te tellen. "Ik heb geld geleend om een ploffiets te kopen," prevelde hij, "maar met mijn salaris is het bijna niet meer mogelijk om die lening af te betalen. Ik zal heer Olivier om opslag moeten vragen."
De heer Schuifelband was al jaren geleden benoemd tot directeur van de Rommeldamse Bank. Hij was juist met belangrijke zaken bezig, toen er op zijn deur werd geklopt en heer Bommel statig binnenkwam, gevolgd door Tom Poes.

"Ach, mijnheer Bommel, wat een eer om u hier te ontvangen!" zei de heer Schuifelband met een gemaakte glimlach en kwam van achter zijn bureau vandaan.
"Kijk eens..." begon heer Bommel. "Tom Poes hier wil graag weten hoe het zit met ons geld. Hij zegt dat het steeds minder waard wordt. Klopt het dat u er geld bij maakt zodat er een invasie plaatsvindt, als u begrijpt wat ik bedoel?"
"U bedoelt inflatie, neem ik aan?" antwoordde de directeur. "Welnu, de zaak is deze: de Rommeldamse Bank is opgekocht door de Universele Bank. Zij zijn het die ons geld beheren en zij zijn het die bepalen hoeveel geld er in omloop is, begrijpt u?"
"Ja ja... dus als zij willen, wordt ons geld meer of minder waard. Welnu, dan zullen wij deze Universele Bank eens vragen om ons geld weer zijn oude waarde terug te geven. Het kan toch niet zomaar dat men een heer zijn geld waardeloos maakt, zeg nu zelf!"
Ze liepen naar buiten, stapten in de Oude Schicht en reden terug naar Bommelstein.
"Hm," zei Tom Poes, "ik vrees dat het niet zo eenvoudig zal zijn, heer Ollie. Zo'n Universele Bank is een machtige onderneming en daar zullen ze niet gauw willen luisteren naar een enkele persoon."
"Onzin, Tom Poes!" riep heer Bommel. "Een heer vindt altijd een luisterend oor; dat moest je toch weten!"
Tom Poes schudde het hoofd. "Voor zo'n bank bent u maar een nietig persoon, heer Ollie. Zij beheren en beheersen al het geld ter wereld, dus als zij willen, bent u morgen straatarm doordat uw geld helemaal niets meer waard is."
Heer Bommel wilde iets zeggen, maar hij kon de juiste woorden niet vinden. Terwijl hij daar nog over nadacht, kwam Bommelstein in zicht, waar een dure auto voor de ingang stond.
"Dat lijkt de auto van burgemeester Dickerdack wel," zei Tom Poes.
Dat bleek inderdaad zo te zijn. Toen heer Bommel en Tom Poes de huiskamer betraden, zat de burgemeester daar op hen te wachten.

"Bommel, luister goed..." begon deze. "Ik hoor dat je je wilt bemoeien met internationale zaken. Ik wil me niet in jouw leven mengen, maar je moet dat allemaal vergeten, begrepen?"
"Pardon, burgemeester, maar hoe weet u dat?" vroeg Tom Poes. "We hebben alleen met de bankdirecteur gesproken. Heeft die u soms op de hoogte gebracht?"
De burgemeester stond op en begon te ijsberen. "Nee, ik ben opgebeld door de regering van Moronië. Ze hebben me gezegd dat ze jullie niet het land zullen binnenlaten."
"Dat is het toppunt!" Heer Bommel liep paars aan. "Geen enkel land hindert een Bommel om te reizen waarheen hij wil. Wij gaan. Punt, uit!"
Tom Poes had echter nog een vraag: "Burgemeester, wat heeft Moronië met deze hele geschiedenis te maken?"
Burgemeester Dickerdack begon nog nerveuzer te ijsberen. "Kijk," zei hij, "ik mag dit eigenlijk niet zeggen, maar omdat je een goede vriend van me bent, zal ik je dit zeggen, Bommel: de Universele Bank bevindt zich in Moronië. Die is de eigenaar van de Moroonse Bank, de Rommeldamse Bank... en nog veel meer banken. Alleen het Rijk van het Midden heeft nog een bank die in handen is van hun eigen overheid. Dus onderschat het probleem niet, Bommel; je vecht tegen Duistere Machten!"
Heer Bommel werd weer wat kalmer. Hij ging vlak voor de burgemeester staan zodat die wel moest stoppen met ijsberen. "Maar een bank beheerst alleen geld, dus waarom zou de regering van Moronië dan niet willen dat wij komen?"
Dickerdack draaide zich om, ging weer zitten en vertelde: "Geld is macht, dat weet je toch? De Universele Bank heeft geld geleend aan de regering van Moronië. En dan spreek ik niet van een beetje, maar van miljarden. Moronië kan van zijn leven dat geld nooit terugbetalen, dus ze moeten wel doen wat de Bank vraagt. De Bank kan legers inhuren om iedere regering op zijn knieën te krijgen. Dat kunnen ze daar en dat kunnen ze hier en dat kunnen ze overal behalve in het Rijk van het Midden."

Ondertussen zaten professor Sickbock, Super en Hieper te overleggen in het gebouw van de Universele Bank.
"Wel wel, we zijn al ver gevorderd," merkte Sickbock op. "We hebben nu al bijna al het geld van de wereld onder controle. Maar vertel eens, mijn waarde, hoe hebt ge dat toch voor elkaar gekregen?"
Super liet een gemaakt lachje horen. "Eigenlijk is dat geheim, makker, maar dit is wat ik gedaan heb: met het geld dat ik zelf heb gedrukt, heb ik legers gekocht. Die legers zet ik in wanneer een land zijn nationale bank niet vrijwillig aan mij overdraagt."
"Ei ei, is dat niet een beetje al te voortvarend? We zouden toch ook door middel van overtuigingskracht en geld een land kunnen afkopen?"
"Nee jongen, als je snel je doel wilt bereiken, moet je kordaat kunnen optreden!"
De Oude Schicht had bijna de grens met Moronië bereikt, toen een donkergeklede gemaskerde figuur midden op de weg sprong.
"Help, een overval!" riep heer Bommel. "Doe iets, Tom Poes; verzin een list!"
"Hm," zei Tom Poes, "hij is ongewapend, heer Ollie. Laten we even afwachten of hij werkelijk kwaad in de zin heeft."
De gemaskerde figuur wandelde naar de wagen toe en zei dan zachtjes: "Pssst, ik ben lid van het Anonieme Verzet van Moronië. We hebben gehoord dat je hierheen kwam, Olivier. Maar je mag niet langs de gewone weg gaan, want ze zullen je arresteren als je aan de grens komt. Kom mee!"
Hij liep een smal paadje op en wenkte heer Bommel om te volgen. De Oude Schicht reed moeizaam tussen bomen en struiken door en kwam uiteindelijk op een kale vlakte uit, waar een vervallen gebouwtje stond.
"Nu zijn we in Moronië; welkom bij het Anonieme Verzet!" zei de gemaskerde. "Je mag mij RP noemen. Wij kennen elkaars namen niet; dat is veiliger."

Samen gingen ze het gebouwtje binnen, waar nog meer figuren in het donker zaten.
"Mag ik nu eens weten waarom we niet gewoon het land binnen mochten?" vroeg heer Bommel terwijl hij weer paars begon aan te lopen.
"Maak u niet druk, heer Ollie!" zei Tom Poes. "Ik denk dat ze ons precies zullen vertellen wat we willen weten."
"Kijk..." begon de leider van het gezelschap, die zich FG liet noemen. "Wij waren een welvarend land totdat onze nationale bank werd overgenomen door een paar duistere figuren die we nooit te zien krijgen. Ze beloofden ons nog meer welvaart en we trapten er allemaal in. Wie een huis wilde kopen, kon geld lenen. Wie een bedrijfje wilde opzetten, kon geld lenen. Er leek geen einde te komen aan de hoeveelheid geld die deze bank had. Maar inmiddels weten we hoe het zit: zij maken er geld bij, zoveel als ze nodig hebben. Al gauw kwamen de problemen. Het geld werd minder waard, alles werd dus duurder en er werd daardoor minder gekocht. Iedereen die een bedrijf had opgezet met geleend geld, kwam in de problemen want de klanten bleven weg. Dan werd het personeel ontslagen, dat personeel had dus ook niet veel geld meer om uit te geven, nog meer bedrijven kwamen in de problemen, de mensen konden de hypotheek van hun huis niet meer betalen... en zo gleden we samen de afgrond in. Iedereen verloor geld; het was crisis."
"Onzin!" merkte heer Bommel op. "Als iedereen geld verliest, waar blijft al dat geld dan?"
De gemaskerde figuur vervolgde: "De bank, meneer. De bank maakt geld uit niets, maar iedereen is de bank geld schuldig. Wij hebben niets meer en de bank heeft onszelf nu als onderpand. We zijn slaven geworden. De ellende is alleen, dat de meeste Moroniërs niet in de gaten hebben dat we slaven zijn. Het geld wordt minder waard, er is crisis, dus ze vinden het normaal dat ze steeds harder moeten werken om het hoofd boven water te houden. Ze werken en werken, en al hun geld gaat lijnrecht naar de bank toe. Niemand verdient méér dan wat hij nodig heeft om een beetje eten te kopen. Nogmaals, meneer: dat is je reinste slavernij!"
FG stond op en keek heer Bommel strak aan. "Maar nu komt het ergste!" vervolgde hij. "De bank heeft weer iets nieuws bedacht. Ze noemen het 'Verenigde Koningen Aller Landen'. Dat wordt oppassen, medestrijders; dat wordt héél gevaarlijk!"

"Gevaarlijk, waarom?" vroeg Tom Poes.
"Omdat de bankiers nu al over Moronië regeren. Onze koning heeft eigenlijk niets meer te zeggen; de bankiers fluisteren hem in wat hij moet doen of zeggen. En wat er gebeurt als hij niet gehoorzaamt, bleek pas goed toen onze vorige koning nee zei: niemand weet waar hij is gebleven. Weg... Spoorloos... Als de Verenigde Koningen Aller Landen op deze manier in de tang van de bankiers komen, zal geen burger meer vrij zijn. Een hele wereld vol slaven; kun je je dat voorstellen?"
"Ja, ik begrijp het," zei Tom Poes, "maar zouden ze overal ter wereld dan niet protesteren tegen die Verenigde Koningen?"
"Nee!" riep FG uit. "Dat is het erge eraan: ze presenteren het als iets goeds; ze zeggen dat er dan geen oorlogen meer worden gevoerd! Dat klinkt mooi, maar bijna niemand ziet wat er dan voor in de plaats komt!"
"Precies, jonge vriend; luister goed naar deze heer, want daar kun je nog wat van leren." Heer Bommel stond op en zei: "Wees niet bang, goede lieden; een Bommel weet altijd waar hij nodig is. Ik zal persoonlijk deze misstanden bestrijden. Kom mee, Tom Poes."
Ondertussen zaten daar niet ver vandaan Super en Hieper in een café.
"Het gaat goed hè baas?" zei Hieper terwijl hij een slok nam.
"Superzaken!" antwoordde de ander. "Zelfs die rare professor snapt niet wat voor goudmijn hij voor ons is. Alle oorlogen die ons leger voert, brengen de prof macht... maar wij worden pas echt rijk. We zullen een nieuwe bankkluis nodig hebben voor al het goud dat we binnenhalen. De oude is bijna vol."
"Maar baas, waarom zet je al ons geld in goud om? Anders hadden we het gewoon op de bank kunnen zetten."
"Sufferd!" riep Super. "Geld is straks niets meer waard, maar goud blijft altijd waardevol! Zeg me liever eens hoeveel wapens we dit jaar al hebben verkocht..."
"Aan Moronië of aan het eiland Raap*, baas?"
* zie "de tijwisselaar"

"Allebei, Hiep. Het was trouwens een superidee van me om Raap de oorlog te verklaren. Alle rijkdom van dat eilandje zal binnenkort van ons zijn. De prof mag daar dan een marionettenregering neerzetten, dus hij kan daar lekker de baas spelen, en wij lopen binnen!"
"Maar baas, heb jij Raap de oorlog verklaard? Ik dacht dat zij begonnen waren..."
"Hou je stil, sufferd!" riep Super uit. "Moet jij op dezelfde manier eindigen als de vorige koning, die mijn valse vlag aan het volk heeft verraden? Denk erom dat ik daar niet te goed voor ben!"
"Nee baas, natuurlijk niet!" riep Hieper uit.
"Luister dan goed..." en op fluistertoon ging Super verder: "Raap heeft nooit een bom in onze haven laten ontploffen; dat heb ik gedaan. Door Raap de schuld te geven, kreeg ik iedere Moroniër aan onze kant om een oorlog te beginnen. Maar..." Super boog zich nog dichter naar Hieper's oor... "Moronië moet het Rijk van het Midden nog hebben. En daarna kunnen we beginnen met de wereldheerschappij. De prof staat daarbij aan het roer, maar wij doen wat we willen."
"Maar baas, het volk wil geen oorlog meer; ze hebben er genoeg van en het kost ze handenvol geld!"
"Precies, maar daar heb ik al een oplossing voor: we doen net zoiets als met Raap..."
"Een aanval onder valse vlag, bedoel je?"
"Ja, maar dan zo erg, dat het volk om wraak zal schreeuwen, snap je?"
"Hoe dan, baas?"
"Wel, dat zal ik je eens haarfijn vertellen..."
Heer Bommel stapte met opgeheven hoofd het koninklijk paleis binnen. Tom Poes vertrouwde het niet en bleef liever buiten wachten. Een schildwacht ging in de deuropening staan en zei: "Halt, waar gaat gij henen?"
"Dien mij bij de koning aan, goede vriend. Ik kom om uw land te bevrijden."
De schildwacht deed aarzelend een stap opzij, waarna heer Bommel de koninklijke zaal binnenwandelde. "Majesteit, ik kom u bevrijden!" riep hij terwijl hij de troon naderde.
"Wat?" riep de koning woedend uit. "Gooi deze onverlaat in de diepste kerker!"
Voordat heer Bommel iets kon doen, werd hij stevig beetgepakt door de schildwacht die hij eerder had ontmoet.

Tom Poes had buiten gehoord dat de geluiden daarbinnen niet veel goeds voorspelden. Hij rende naar de achterkant van het paleis, hopende daar een deur te vinden waar hij ongezien binnen kon sluipen. Die deur was er inderdaad, maar voordat Tom Poes die had bereikt, klonken er geluiden die snel luider werden. Tom Poes dook achter een vuilnisbak en wachtte af.
De achterdeur ging open en Tom Poes zag een schildwacht samen met heer Bommel naar buiten komen.
"Maak dat je wegkomt!" zei de schildwacht met gedempte stem. "Ik hoor bij het Anonieme Verzet. Zorg dat je zo snel mogelijk het land uit bent, want een tweede keer zal ik je waarschijnlijk niet kunnen redden."
Niet veel later zien wij de Oude Schicht hetzelfde bospaadje volgen, onderweg terug naar Rommeldam. De twee inzittenden spraken bijna niet met elkaar en na een vermoeiende reis stopte de wagen bij slot Bommelstein. De bediende Joost kwam de deur uitgesneld en riep: "Heer Olivier, ik ben zo blij dat ik u weer zie! Er staat nieuws in de krant over Moronië, met uw welnemen, en ik maakte me zorgen omdat u daar was. En als ik zo vrij mag zijn... U moet mij helpen; men heeft mijn ploffiets in beslag genomen omdat ik mijn lening niet meer kon betalen."
"Dat komt ervan als je boven je stand leeft, Joost. Maar vooruit; men kan van een Bommel niet zeggen dat hij krenterig is. Hoeveel heb je nodig om je ploffiets terug te krijgen?"
"Drieduizend vijfendertig florijnen, heer Olivier, en een boete van nog eens tweeduizend florijnen omdat ik mijn termijnen niet op tijd betaald had."
"Goed Joost," sprak heer Bommel, zijn portefeuille trekkend. "Hier zijn zesduizend florijnen. Ga je ploffiets terughalen en betaal meteen de volgende termijn. Een ploffiets van een bediende aftroggelen... Bah, ik ben blij dat mijn goede vader dat niet meer heeft hoeven meemaken."
"Dank u, heer Olivier!" zei Joost. Hij trok een jas aan en ging te voet naar Rommeldam.
Toen heer Bommel zijn huiskamer binnentrad, zat Tom Poes de krant te lezen.

"Kijk hier eens, heer Ollie; er is een aanslag op de koning van Moronië gepleegd!"
Heer Bommel pakte de krant, las het artikel over een aanval van het Rijk van het Midden en sprak met luide stem: "Dat valt me nu toch tegen! Ik kan me die heer Ping Po nog levendig herinneren. Hij leek zo'n heer, maar nu zie je maar weer eens hoe zelfs een Bommel zich kan vergissen."
Tom Poes wees naar de krant en zei: "Maar heer Ollie, er klopt iets niet. Kijk, de raket die het koninklijk paleis heeft geraakt, vloog recht de voordeur binnen, ziet u wel? Maar die voordeur stond hiernaartoe gericht, dus naar het noorden. Die raket had uit het oosten moeten komen."
"Wou je soms beweren dat de koning van Moronië liegt? Hij heeft me met geweld laten verwijderen, maar hij blijft een koning, dus een heer; vergeet dat niet, Tom Poes! Die raket... eh... zal eerst rondjes gevlogen hebben of zoiets. De verklaring is eenvoudig. Je moet niet zo fantaseren, Tom Poes; dat is niet mooi van je!"
"Dat is niet mooi van u, mijne heren!" zei op datzelfde moment Sickbock tegen Super en Hieper. "De heerschappij over de hele wereld had ik ook wel kunnen verkrijgen zonder uw aanval op het koninklijk paleis. Ei, welk een ravage. Hoe kan ik nu vanuit die ruïne regeren?"
"Maak je geen zorgen, prof. Ik laat daar een nieuw superpaleis zetten. Dat wordt veel mooier en groter dan die bouwval, hè Hiep?"
"Ja baas, en krijg ik dan ook een leuk baantje?"
"Praat geen onzin!" riep Super. Hij pakte zijn maat bij zijn kraag en vervolgde: "Wij hoeven nooit meer te werken. Wij bezitten binnenkort alles en iedereen op de hele wereld. Eerst nog even het Rijk van het Midden binnenvallen met ons superleger en dan zijn we binnen. De burgers kunnen geen kant meer op; overal zullen ze voor ons moeten werken. Maar jij begint me de keel uit te hangen, jongen. Jij hebt geen kijk op zaken. Dus ik zeg het je nog een laatste keer: Praat geen onzin!"
In het gebouwtje van het Anonieme Verzet zaten de leden bij elkaar en overlegden.
"Er klopt teveel niet," sprak KH. "Die raket kwam uit de verkeerde richting en had bovendien de nationale kleuren van Moronië, en niet die van het Rijk van het Midden."
"Ja, dat dacht ik ook al," antwoordde MK. "Bovendien is het wel toevallig dat er nu een oorlog uitbreekt met het enige land dat nog geen Universele Bank heeft. Ik vertrouw dat zaakje niet! We moeten de koning vragen om die boel nog eens goed te laten onderzoeken, vinden jullie ook niet?"

Dit voorstel kreeg algemene instemming. En zo kon het gebeuren dat de volgende dag enkele burgers naar het tijdelijke paleis togen om hun koning te vragen om de zaak van de raket nog eens uit te zoeken.
De koning nam hun brief in ontvangst, las hem en zei dan: "Heren, ik zal ervoor zorgen dat dit haarfijn wordt uitgeplozen."
Toen de volksdelegatie weer vertrokken was, drukte de koning op een belknopje, waarna een lakei verscheen.
"Breng deze brief naar de grote baas van de Universele Bank. Zeg hem dat ik niet genoeg geld heb voor zo'n grootschalig onderzoek. Hij heeft dat wel, dus hij zal ons wel kunnen helpen."
De lakei boog, ging naar buiten, sprong op zijn fiets en reed naar de Wereldleiders. Professor Sickbock nam de brief in ontvangst en zei dat alles in het werk zou worden gesteld om dit tot een goed einde brengen.
Toen de lakei weer vertrokken was, ging de professor naar het kantoortje van Super en Hieper. "Ei ei, wat zie ik daar?" sprak hij bij het binnenkomen. "Gijlieden zit hier om te werken, heren, en niet om sigaren te roken en televisie te kijken. Hier is een brief van de koning. Wilt gij u hiermede bezighouden? Dan kan ik met mijn belangrijke arbeid verdergaan."
"Natuurlijk, ouwe reus." Super nam de brief aan en keek erin. "We zullen ervoor zorgen, hoor. Ga jij maar lekker aan je eigen werk."
"Wat staat erin, baas?" vroeg Hieper nadat de professor was vertrokken.
"Een verzoek om de raketaanval te onderzoeken, jongen. Nou, dat zullen we wel even doen hoor!" Super lachte luid. "En de uitslag weten we natuurlijk, nietwaar?"
"Weet u wat ik nou zo raar vind, heer Ollie?" vroeg Tom Poes die avond. "Het Anonieme Verzet is toch heel erg actief in Moronië. En toch lees je er nooit iets over in de krant. Hoe kan dat?"
Heer Bommel stond op uit zijn zetel. "Welnu, dat zal ik je eens vertellen. Eh... ik bedoel: dat zullen we de hoofdredacteur van de Rommeldamse Courant vragen."
Hij liep naar de gang, pakte de telefoon en belde de heer O. Fanth op.
"Ha, Bommel, leuk je stem nog eens te horen... Ja, die nieuwsberichten, dat is een kwestie van de persagentschappen, weet je? Het plaatselijke nieuws laat ik Argus verzorgen, maar wat uit het buitenland komt, dat hebben wij niet zelf in de hand, begrijp je?"

"En wie is de eigenaar van dat persagentschap dan?" vroeg heer Bommel.
"Dat is de Universele Bank. Meer weet ik ook niet."
Heer Bommel legde de hoorn weer op de haak en zei tegen Tom Poes: "De Universele Bank is de eigenaar van het persagentschap. Welnu, dan is alles wel in orde, denk je niet? Zo'n bank kan zich toch niet veroorloven, een slechte naam te krijgen door nieuws te verbergen, zeg nu zelf!"
"Hm, ik weet dat niet zo zeker, heer Ollie. Die Universele Bank is ook de baas over Moronië, weet u nog wel? Dus die zal niet graag aan het volk vertellen wat zijn vijanden doen, denkt u niet? Maar ik weet bij wie ik terecht kan voor deze vragen..."
Tom Poes stapte in de Oude Schicht en reed naar het kantoor van de Rommeldamse Courant. Het kostte hem weinig moeite om het bureau van Argus te vinden.
Argus veerde overeind toen hij Tom Poes zag. "Zeg, jullie zijn toch in Moronië geweest? Kun je me daar iets over vertellen? Want toen ik de zaak van de raket probeerde te onderzoeken, werd ik bedreigd. Niemand kan daar nog kritische vragen stellen, weet je? Iedereen wordt afgeluisterd en ze zetten iedereen in de gevangenis die ervan verdacht wordt, het officiële verhaal van de raket niet te geloven. Wat zijn jullie te weten gekomen?"
"Ik denk dat hier maar één antwoord op is," zei Tom Poes. "Zoek in de ongecensureerde media. Op het internet zal de waarheid wel te vinden zijn. Ik geef je hier wat tips."
Tom Poes pakte een vel papier en een potlood en schreef op:
The American dream
Operation Northwoods
Wordt vervolgd???
Fred de Koning
Hier vind je mijn website met korte verhalen