Anita krijgt wat ze verdient

door Fred de Koning

"Molly, luister, hier in California is het homohuwelijk binnenkort misschien niet meer mogelijk; als je wilt trouwen, doe het dan nu."
Molly zuchtte. Ze wist dat Jo gelijk had, maar ze was nog niet uit de kast gekomen. Vooral van haar vader wist ze niet hoe die zou reageren. Hoewel... zou hij het nog niet weten? Molly en Jo hadden al zo vaak arm in arm over straat gelopen, dat bijna iedereen in de stad al wist dat ze meer waren dan gewoon vriendinnen.
Jo gaf Molly een zoen en zei: "Ik weet wat je denkt. Maar maak je geen zorgen; de soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Je vader is oer-christelijk en een beetje conservatief, maar geen bullebak... Pas op," vervolgde ze toen ze het treinstation naderden, "daar zijn de betogers weer."

Bij het station stonden dagelijks mensen met borden met teksten als "God hates fags" (God haat flikkers). Elke keer als Molly en Jo langs het station moesten, werden ze uitgescholden voor alles wat mooi en lelijk was. Eén van de betogers riep: "Hé, smerige potten!"
Jo riep terug: "Dat klopt voor de helft: wij zijn potten en jij bent smerig!" En zonder een verder antwoord af te wachten liepen ze door.

Nog één zijstraatje door en ze waren bij Molly's huis. Ze namen vluchtig afscheid en Molly ging naar binnen, waar ze door haar vader begroet werd. Hij viel meteen met de deur in huis: "Is het waar wat ik heb gehoord over jou en Jo?"
Molly zag er geen enkel heil in om het te ontkennen. "Hoe weet je dat?" vroeg ze. Hij antwoordde: "Dacht je soms dat ik niet merkte dat die aanhangers van Anita Bryant je van alles naroepen?"
Molly probeerde haar vaders gedachten te raden. Stond hij aan de kant van Anita of aan de hare? Ze wist het echt niet en ze voelde er niets voor om van hem ook nog een scheldkanonnade te krijgen mocht hij aan hun kant staan.

Twee dagen later moesten Molly en Jo weer langs het station. Ze zagen de groep betogers... en Molly's hart sloeg een slag over van schrik: daar zag ze haar eigen vader met een bord in de hand, waarop stond "Mattheus 7:1". Molly probeerde haar vader niet aan te kijken in het voorbijgaan.
's Avonds kon ze zich niet meer inhouden en sprak haar vader aan. "Dat je ouderwetse ideeën hebt, dat wist ik. Maar was het nou echt nodig om mee te doen met die betogers?"
"Heb je ook gezien wat ik op mijn bord had geschreven?" vroeg haar vader. Molly had dat gezien, maar ze realiseerde zich onmiddellijk dat ze niet had opgezocht wat die tekst eigenlijk inhield. Ze pakte de bijbel uit het boekenkastje en bladerde erin tot ze de desbetreffende passage gevonden had. De tranen kwamen tevoorschijn: hoe had ze haar vader zo verkeerd kunnen inschatten!

"Maar waarom ging je met zo'n tekst bij die betogers staan???" vroeg ze dan aan haar vader.
"Dat zal ik je eens haarfijn vertellen, meisje: die betogers hebben nu waarschijnlijk óók opgezocht wat er in het boek van Mattheus staat. En ik wist geen betere manier om die figuren daar te laten weten aan wiens kant God staat."

© 2009 by Fred de Koning

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"