Connect (of: de sollicitatie)
door Fred de Koning
Sinds 2008 hadden al veel winkelketens hun omzet zien dalen. Ook de elektronicawinkels van Connect ontsnapten niet aan de gevolgen van de crisis. Alle filialen leken met verlies te draaien en de werknemers hadden dan ook niet anders verwacht dan dat de boel over de kop zou gaan... pleite... failliet. En dan was daar de nieuwe eigenaar. Hij had de onderneming voor weinig geld gekocht; de grote baas was al blij dat hij er geen geld bovenop had moeten leggen!
Het eerste dat de nieuwe baas deed was: alle filialen bezoeken. Veel waren dat er niet. Nooit geweest ook. In het centrum van enkele grote steden was een filiaal van Connect te vinden en daarom kwam de baas met de trein. Lekker makkelijk: geen files en geen parkeerproblemen. Den Haag was als eerste aan de beurt. Willem, Aart, Maarten, Pieter, Greetje en Dorien, die samen dat filiaal bemanden, stonden in de startblokken om zich van hun beste kant te laten zien, want de nieuwe baas had aangekondigd dat het personeel bij hem mocht komen solliciteren naar een baan bij de nieuwe onderneming. Goed beschouwd zaten ze nu dus zonder werk.
En daar was hij dan: de man die zich de nieuwe eigenaar mocht noemen, wandelde kalm binnen, keek keurend in het rond en ging regelrecht naar Willem toe. "De filiaalchef, neem ik aan?"
"Dat klopt. En u bent meneer Groenbomen, mag ik aannemen?"
"Dat mag u. En als ik maar even met de deur in huis mag vallen: wat doet u om winkeldiefstal te voorkomen?"
Willem dacht: Die laat er geen gras over groeien; meteen al een soort examen. Hij antwoordde: "Ik houd altijd een oogje op de winkel, als het even kan. Bij de klanten heb je altijd van die types waarvan je denkt: die moet ik in de gaten houden!"
Groenbomen knikte bijna onmerkbaar. "En wat voor criterium hanteert u? Ik bedoel: wie houdt u in de gaten en wie niet?"
"Tja... Ik zou het instinct willen noemen. Soms zie ik aan de blik in de ogen dat ik moet oppassen. En soms..."
Groenbomen onderbrak hem: "Goed, we zullen dat eens testen. Ik kom de winkel in; wat doet u?"
Willem wist even niet wat hij moest zeggen. "Als u... eh... ik zou u niet verdacht vinden."
"Dus als u een rijke man ziet binnenkomen, is die niet verdacht, maar een arme man wel?"
Willem begon te zweten. Hij voelde wel dat een fout antwoord het verschil kon betekenen tussen blijven en ontslagen worden. "Nou, nee, niet per se. Maar als ik iemand zie die eruit ziet als een junk, dan ben ik op mijn hoede."
"Goed, laten we zeggen dat er een junk binnenkomt en die rekent iets af aan de kassa. Gaat u er dan van uit dat hij ook iets in zijn zakken heeft dat hij niet had willen afrekenen?"
"Ja, ik denk dat de kans groter is dan bij de gemiddelde klant. In dat geval zou ik die dus beleefd vragen of ik even de inhoud van zijn tas mag zien."
"Ja ja... goed, laten we zeggen dat hij zonder problemen zijn tas laat zien en er zit geen gestolen waar in. Wat dan?"
"Dan moet ik aannemen dat hij niets gestolen heeft en dan kan hij gaan."
Groenbomen begon langzaam te ijsberen en zei dan: "En als hij later nog eens komt?"
"Eh... ik weet niet waar u op doelt, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik echt niet zou weten wat hier het juiste antwoord is. Ik probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen en soms moet ik ..."
"Laat maar zitten meneer." Op dat moment waren er geen klanten in de winkel, dus Groenbomen ging op de toonbank zitten en zei: "Ik ben nu de 50 gepasseerd en mijn lichaam is niet meer zo actief als vroeger. Dat klinkt nadelig, maar één voordeel heeft het: mijn schildklier was hyperactief, waardoor ik zo mager was als een lat; dat is nu voorbij. Tot overmaat van ramp had ik er een andere aandoening bij, die ik nu niet bij naam zal noemen, maar die ertoe leidde dat ik heel moeilijk werk kon vinden. Ziet u het al voor u? Een broodmagere arme man die met moeite de eindjes aan elkaar knoopt... en ik verzeker u: ik heb soms op mijn fiets de schoolroute moeten volgen om per ongeluk of expres weggegooide lunchpakketten op te rapen. Tot stelen heb ik mezelf echter nooit verlaagd. Ik droeg heel goedkope kleren en ik was zo mager als een lat. Kortom: ik had het uiterlijk van een junk, zonder dat ik ooit iets van die rotzooi heb geprobeerd. Ziet u het al voor u? Zou u mij dan controleren bij de uitgang?
"Misschien wel..." Willem begon het een beetje benauwd te krijgen. Hij vervolgde: "Maar als u na zo'n controle eerlijk blijkt te zijn, zou ik u de volgende keer heus niet wéér verdenken."
"Ach, kijk eens aan!" De toon van Groenbomen was duidelijk sarcastisch. "Wel, dat is eigenaardig, want ik woonde hier toen vlakbij en ik ben zeker 20 keer in de winkel geweest. Nog nooit had u iets bij me gevonden, maar ik bleef verdacht want van de 20 keer dat ik hier was, hebt u me... laten we eens rekenen..." Groenbomen telde op zijn vingers en vervolgde dan: "Ja, inderdaad, u hebt me 20 keer gefouilleerd. U kon en wilde blijkbaar niet aannemen dat ik eerlijk was. Welnu, op een dag geloofde een werkgever in me en gaf me een baantje. Daar heeft hij nooit spijt van gehad. Ik was een harde werker en klom al snel naar de top. Ik ben in die tussentijd niet eerlijker of oneerlijker geworden. Het enige dat er aan mij veranderd is, is de hoeveelheid geld die ik heb. Dus er is niet veel meer dat ik nog moet zeggen, nietwaar? U kunt onmiddellijk vertrekken. O, en voordat ik het vergeet: mag ik eerst nog even de inhoud van uw broekzakken zien?"