De man die het onmogelijke kon

door Fred de Koning

"De volgende!"
Willem ging het kantoortje binnen. Achter een bureau zaten drie mannen waaraan te zien was dat ze een hoge functie hadden. De middelste, die opviel door zijn grote snor, had het door Willem toegestuurde cv voor zich. De anderen zaten met een stapel papieren voor zich waarvan Willem vermoedde dat het de cv's van de andere sollicitanten waren. Nogal veel, dacht hij. Dat maakte de kans natuurlijk kleiner dat hij aangenomen werd. Maar ja, crisis of niet; er moest gesolliciteerd worden, dus hij deed het, of hij nu kans maakte of niet.

"U wilt dus piloot op een passagiersvliegtuig worden?" Hij keek naar het cv, dat uit slechts een enkel velletje papier bestond.
"Als ik uw cv zo bekijk, hebt u nog helemaal geen ervaring met dit type vliegtuig. Wat geeft u het idee dat u de beste kandidaat bent?"

Willem schraapte zijn keel. "Zoals u kunt zien, heb ik een vliegopleiding gedaan."
De mannen achter het bureau wisselden veelzeggende blikken uit. De man pakte het cv op en las het nog eens door. "Ja, dat zie ik. Maar u wilt me toch niet wijsmaken dat ze u daar hebben geleerd om met passagiersvliegtuigen om te gaan? De vliegschool die u daar noemt, leert alleen om met eenmotorige vliegtuigen te vliegen, voor zover ik me herinner. Maar goed, ik kan me vergissen, dus..."
Snor pakte de telefoon, toetste een nummer in en even later hoorde Willem hem informeren naar het soort opleiding dat daar gegeven werd. Na een korte pauze vroeg Snor naar de opleiding van Willem. Het duurde even, maar dan kwam er een gesputter uit de telefoon waaruit bleek dat de persoon aan de andere kant veel plezier in het onderwerp had. Het gezicht van Snor bleef echter onbeweeglijk.
Dan zei Snor eindelijk: "Dank u!" en hij verbrak de verbinding. Hij keek Willem met een vernietigende blik aan.
"Meneer..." zei hij dan. "Ik heb even uw cv gecontroleerd en het resultaat is op z'n zachtst gezegd schokkend. Wat hebt u hierop te zeggen?"

Willem dacht even na. Hij wist niet goed hoe hij het moest zeggen. Maar dan begon hij:
"Kijk, het zit zo... Ik heb daar een vliegcursus gevolgd en uit de praktijk blijkt dat ik daarmee een passagiersvliegtuig kan besturen. Ik zou er, zoals ze dat zeggen, mee kunnen lezen en schrijven."
"Lezen en schrijven???" vloog Snor uit. "Man, ze vertelden me dat je een hopeloze leerling was. Zelfs een eenmotorig vliegtuigje heb je niet onder de knie gekregen. Dacht je soms dat een passagiersvliegtuig makkelijker was? Nou, dan wil ik je die illusie wel even ontnemen! En hoe haal je het in je hoofd om met zoiets aan te komen? Je hebt ons zojuist een klein uur beziggehouden met een totaal zinloze sollicitatie. Dacht je soms dat we niets beters te doen hadden?" De ogen van Snor schoten vuur.

Willem bleef kalm. "Meneer, voordat u voorbarige conclusies trekt, wil ik u dit graag even laten zien."
Snor pakte het papier aan. In het Engels stond daar een vernietigend rapport over een jongeman die in de Verenigde Staten vliegles had genomen en hopeloos bleek te zijn.
"Ja, en wat is daarmee?" vroeg Snor dan. "Gaat dit soms over jou? Het rapport is bijna hetzelfde, behalve de naam. Heb je daar misschien een valse naam opgegeven?"
"Nee meneer," antwoordde Willem.
"Nee wat? Gaat het niet over jou of heb je geen valse naam opgegeven?"
"Allebei," antwoordde Willem. "Kijk, het gaat over iemand anders en die naam is zijn echte naam. Komt die u niet bekend voor?"
Snor keek nog eens. "Ja, die naam komt me vaag bekend voor. En nu? Ga jij me zeggen wie dat is of wil je dat ik naar die vliegschool ga bellen om het antwoord te vinden?"
"Dat hoeft niet." Willem ging een beetje anders zitten. "Die man daar heeft een passagiersvliegtuig bestuurd zoals een ervaren piloot dat nog niet zou kunnen. En als hij dat kon, kan ik het ook."
Snor liet zijn beide assistenten het papier met het rapport over de Amerikaanse leerling zien. De man aan zijn rechterkant fluisterde hem iets in het oor. Het gezicht van Snor liep rood aan. "Wat!!!" brulde hij.
"Inderdaad, meneer, dat klopt. En als hij dat kon, moet iedereen het kunnen. Die man kon nog geen eenmotorig vliegtuigje van de grond krijgen. Ik ook niet. Dus wat dat betreft..."

Willem voelde aan zijn pijnlijke achterwerk toen hij bij de bushalte aankwam. Ze hadden hem op hardhandige wijze letterlijk de deur uit geschopt. Maar Willem grijnsde. Hij had gelijk. Als zo'n slechte leerling het voor elkaar kreeg om een passagiersvliegtuig bijna een driekwart cirkel te laten draaien om vervolgens precies op de begane grond, dus rakelings over het grasveld, het Pentagon binnen te vliegen, waarom zou Willem dan niet net zo goed met zo'n toestel om kunnen gaan?
Nou ja, als je het verhaal dat de media hadden verteld, tenminste moest geloven...

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"