De operatie

door Fred de Koning

Simon liep zonder aarzelen de kamer op intensive care binnen waar Piet lag. Op borsthoogte bewoog de deken heel rustig op en neer, hetgeen veroorzaakt werd door de machine die voor de beademing zorgde.
"Zo, je hebt de operatie dus overleefd?"
Langzaam ging eerst één oog open en dan het andere. Met een slaperige blik zag Piet zijn bezoeker, die een ziekenhuisuniform droeg van een kleur die hij nog niet eerder gezien had. Hij wist: wit was verpleging, donkergroen was chirurg, lichtblauw was schoonmaakploeg... Verder kwam hij niet.

Simon pakte een stoel en ging naast het bed zitten. "Zoals je aan dit donkerblauwe uniform kunt zien, werk ik hier als onderhoudsmonteur. Bij toeval hoorde ik vorige week dat je hier geopereerd zou worden. En... o, wacht even... had je me eigenlijk herkend? Ik ben Simon en wij hebben samen op de middelbare school gezeten."
Piet had willen antwoorden, maar de buis die via zijn mond in zijn keel stak voor de beademing, verhinderde dat.

Simon ging verder: "Weet je dat ze bijna 5 uur bezig zijn geweest in die operatiekamer? Ach ja, natuurlijk wist je dat; je was er immers zelf bij, nietwaar?" Simon lachte en zei daarna: "Hoewel... Erg veel tijdsbesef had je natuurlijk niet. Je ogen waren dichtgeplakt en je lichaam weigerde dienst. Maar dat weet je, nietwaar? Voor een narcose krijg je eerst een spuitje om in slaap te vallen. Maar dat is niet voldoende, want als ze dan zouden gaan opereren, zou je door de pijn weer wakker worden. De echte narcose wordt gedaan met gas. En bij het narcosemiddel dienen ze ook spierverslappers toe om te voorkomen dat je toch nog onverhoopt zou bewegen. Wist je dat?"

Simon stond op, draaide zijn stoel een kwart slag en ging weer zitten, maar nu zijwaarts tegen de rugleuning steunend.
"Leeft je vader nog?... O, sorry, ik had er even niet aan gedacht dat je niet kunt antwoorden. En eigenlijk doet het er ook niet toe; onschadelijk is hij toch wel, want zelfs als hij nog leeft, is hij zwaar dement, nietwaar? Ik kan me die man nog zo goed herinneren: een sadist van de eerste orde. Wat kon die lang en genadeloos pijnigen zeg! Ik heb me toen vaak afgevraagd of dat misschien erfelijk was, maar later heb ik me gerealiseerd dat dat nooit kan. Aangeleerd, denk ik nu eerder. Als ik naga hoe vaak jij me urenlang kon martelen nog lang nadat ik het uitschreeuwde van de pijn... Je was sterker, en volgens jou gaf jou dat het recht om me pijn te doen. Tientallen keren smeekte ik om genade, maar dat woord had je kennelijk nog nooit in het woordenboek gevonden."

De ogen van Piet waren inmiddels wagenwijd open gaan staan.
Simon zag de onrust in de gezichtsuitdrukking van zijn vroegere schoolgenoot. "Ik denk dat ik weet wat jij nu denkt: je denkt dat ik overdrijf, nietwaar? Dat vond je toen ook altijd. De juffrouw wist wel dat ik gelijk had, maar uit angst voor je vader durfde ze je nooit te straffen. En daardoor begon je te denken dat je boven de wet stond. Ik moest machteloos telkens weer al die martelingen ondergaan. Ja, echt: totaal machteloos! Je was zoveel sterker dan ik, en dat was voor jou genoeg reden om me nog langer en harder te slaan dan je anderen deed... om maar te zwijgen over alle keren dat je mijn arm uit de kom draaide en zelfs een keer 3 ribben van me gebroken had, waarna je dan ook nog tegen mijn extra pijnlijke ribbenkast ging schoppen. Weet je het allemaal nog?"

Simon stond weer op en begon te ijsberen. "Zeg, nu heb ik waarachtig gehoord dat je vrouw zwanger is. Ga jij je zoon ook opvoeden zoals je vader dat bij jou heeft gedaan? Leuk zoontje gaat dat dan worden, zeg... Enfin, ik denk dat ik me daar nu geen zorgen over moet maken." Simon keek de man in bed veelbetekenend aan, ging weer zitten en zei nu heel zachtjes: "Weet je, Piet, ik heb jarenlang maar één gedachte in mijn hoofd gehad, en dat was: hoe ik jou al die martelingen betaald kon zetten. Wel, vorige week zag ik mijn kans schoon. Ik heb namelijk een paar apparaatjes gesaboteerd. Als er nu met jou iets fout gaat, gaat het alarm in de opzichterskamer niet af. Op die manier bewijs ik de wereld een dienst, want jouw zoon zal daardoor niet de opvoeding krijgen die jij hem anders zou geven." Nu dempte Simon zijn stem nog meer. "En dat was niet alles. De vreselijke, onvoorstelbare pijn die jij tijdens de operatie voelde, bijna 5 uur lang..." (Simon liet daarbij een sadistische grijns zien) "... Ja, bijna 5 uur lang heb je het in gedachten uitgeschreeuwd: STOP, STOP, STOP! MAAR STOP DAN TOCH!!! maar ze gingen gewoon door. Genadeloos, zou ik bijna willen zeggen. Nu heb jij eens mogen voelen wat je mij zo vaak hebt aangedaan. Ik geef toe dat jouw pijn honderden keren erger was dan de mijne, maar dat compenseert het feit dat je dat maar één keer moest ondergaan tegenover al die keren dat je dat dat bij mij deed."
Simon stond weer op. Hij ging aan het voeteneinde van het bed staan, keek Piet met een scherpe blik in de ogen aan en fluisterde: "Heb je je nog niet afgevraagd hoe ik weet dat je tijdens de operatie wakker was? Wel, door het dichtdraaien van een bepaald kraantje heb ik er eventjes voor gezorgd dat jij wel spierverslappers toegediend kreeg, maar géén narcosemiddel. Jarenlang zat ik met een onbetaalde rekening, maar die is nu bijna vereffend. Eén ding moet er nu nog gebeuren..."
Simon drukte op een knopje en zei: "Ik weet niet of je gelovig bent, maar als dat zo is, dan mag je die 5 uur ondraaglijke pijn beschouwen als voorproefje van waar je nu naartoe gaat."
Na deze woorden verliet Simon de kamer. In de stilte die volgde viel het Piet op dat de beademing niet meer werkte.

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"