De waarde van een getuige

Door Fred de Koning (vrij naar Ivo Groothedde)

Jacob Groen had beter moeten weten. Ze hadden hem al eens gewaarschuwd, maar Jacob had gedacht dat het wel niet zo erg zou zijn; een bank kan zich toch niet veroorloven, de naam van "onbetrouwbaar" te krijgen? Maar jawel: het was gebeurd. 100 euro was Jacob gewoon kwijt. Hij had geen getuigen en geen bewijs. Hij had het geld aan het loket afgegeven en verwacht dat hij een bewijs van storting zou krijgen... Niet dus. En getuigen waren er ook niet.

Eigenlijk was Jacob dubbel gewaarschuwd. Hij kende de lokettist bij de bank persoonlijk; hij had vroeger met Eduard Berends op school gezeten en hij had hem nooit anders gekend dan als dief en pestkop. Jacob had ten onrechte gedacht dat Eduard als volwassene zijn plaats in de maatschappij wel zou hebben gevonden. Mis! Jacob telde voor 4: een tweemaal gewaarschuwd mens...

Wat kon hij doen? Terwijl hij deze gedachte door zijn hoofd liet spoken, kwam hij langs het huis van zijn vroegere leraar, die nog beter wist dan alle andere mensen, wat voor figuur Eduard was. Jacob bleef staan. Zou hij...? Het duurde welgeteld acht en een halve seconde voordat Jacob op de bel drukte. Baat het niet, dan schaadt het niet, dacht hij.

Even later zat Jacob bij meneer Jongbloed in de huiskamer en deed zijn verhaal. "Wat kan ik doen? Ik kan me niet permitteren om zomaar 100 euro te verliezen!"
De gastheer dacht even na. "Ik denk dat ik een oplossing weet. Heb je nòg eens 100 euro?"
"Nee, ik heb bijna niets meer."
"Dan zal ik je die lenen. En dan moet je precies, maar dan ook echt precies doen wat ik nu ga zeggen..."

Een uur later ging Jacob bij de bank met het bekende $-symbool met de rode stip naar binnen. Op het moment dat hij voor het loket stond, kwam Jongbloed naar binnen en ging erachter staan alsof hij op zijn beurt wachtte. Jacob legde het geld neer en zei dat hij nog eens 100 euro wilde afgeven. Eduard pakte het geld aan. Of hij ook van plan was geweest, nu wel een bewijs af te geven of niet (er was tenslotte een getuige bij), zal nooit duidelijk worden. Jacob keek op zijn horloge en zei: "Oei, ik moet weg! We regelen dit later wel." En hij maakte dat hij wegkwam. Jongbloed vroeg vervolgens om wat inlichtingen over een lening en dat was dan deel 1 van het Grote Plan...

Nog diezelfde dag ging Jacob voor de derde keer naar de bank. Hij zei tegen Eduard dat hij zich had bedacht en dat hij die 100 euro toch weer terug wilde hebben. Eduard wist dat er bij die laatste handeling een getuige was geweest, dus hij gaf Jacob zonder problemen een biljet van 100 euro. Deel 2 van het Grote Plan was geslaagd...

De volgende dag gingen Jacob en meneer Jongbloed samen naar de bank. Eduard keek vreemd op toen hij dit duo binnen zag komen. Ergens voelde hij dat er iets ging gebeuren, maar hij wist niet wat hij moest verwachten.
"Ik kom die 100 euro weer ophalen die ik gisteren heb gebracht."
Eduard keek verbaasd. "100 euro? Die heb ik je gisteren al teruggegeven."
"Gisteren?" zei Jacob. "Nee hoor, dat is niet waar. Of heb je misschien een getuige of een document waaruit blijkt dat ik die 100 euro weer gehaald heb? Ik weet alleen dat ik je gisteren 100 euro bracht en daar was meneer Jongbloed hier getuige van, nietwaar?"
Meneer Jongbloed bevestigde dit.
"Wel, en nu wil ik dat geld weer terughebben." Jacob hield zijn hand op, hoewel dat voor een loket met kogelvrij glas een tamelijk zinloze handeling was.
Eduard kon niets anders doen dan Jacob nogmaals 100 euro geven. Jacob gaf die vervolgens aan meneer Jongbloed, waardoor ze allebei hun geld terug hadden.

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"