De waarheid rond Sinterklaas

Door Fred de Koning

It's easier to fool people than to convince them they have been fooled (Mark Twain)

Tommie wist niet wat hij zag... Sinterklaas deed zijn baard af, zette zijn mijter en pruik af, trok zijn tabberd uit en stond daar als een gewone meneer. Gauw deed Tommie de wc-deur weer dicht, bijna zonder geluid. Hoe kan dat nou??? Hij probeerde het te snappen, maar het lukte niet.
Hij hoorde de deur van zijn klaslokaal open gaan. De voetstappen van juffrouw Belle herkende hij uit duizenden. En haar stem ook. "Geweldig, Bob, je deed het perfect. Alsjeblieft, je hebt het dubbel en dwars verdiend!"
Door nieuwsgierigheid gedreven deed Tommie de deur weer op een kier en zag nog juist dat die meneer een paar bankbiljetten in zijn zak stak, de juffrouw een hand gaf, de trap af ging en verdween. Juffrouw Belle ging het klaslokaal weer in en toen pas durfde Tommie tevoorschijn te komen. Voor de deur bleef hij staan. Nee, dacht hij, hij moest er het zijne van weten! Tommie rende de gang door naar het grote raam. Misschien kon hij nog iets méér zien van die meneer... Tommie keek alle kanten op maar zag de man nergens. Dan toch maar de klas weer in. Zonder kloppen ging hij naar binnen. De juffrouw was druk in gesprek met een paar kinderen en merkte hem dus niet op.

Tommie moest na school altijd bij de deur wachten. Zijn broer René zat op dezelfde school in een hogere klas en kwam dus door een andere deur naar buiten. René kwam naar de deur van de kleuters en samen liepen ze dan naar huis. Tommie vertelde wat hij had gezien. René dacht even na en zei: "Ja, weet je... Sinterklaas heeft het heel erg druk en hij kan echt niet zelf al die scholen bezoeken. Daarom zijn er mensen die zich als Sinterklaas verkleden. Maar de cadeautjes komen van de echte Sinterklaas hoor!"
Tommie nam genoegen met dat antwoord. Dat verklaarde ook waarom die meneer geld kreeg.

Tommie en René haastten zich naar huis. Het was heel koud en het begon te sneeuwen. De weg van school naar huis was gelukkig niet lang. In 10 minuten waren ze thuis. Gauw deden ze de deur achter zich dicht. Hè hè, eindelijk in de warmte! Tommie stampte zijn schoenen af, want dat had hij al geleerd, en hing zijn jas aan de kapstok. Oma zou komen en Tommie was benieuwd of ze er al was. Hij stormde de huiskamer in en vloog in haar armen. René was ook heel blij dat Oma er was.
Oma was beroemd om de chocolademelk die ze maakte. Die was er nu natuurlijk ook. Oma wist precies hoe laat de school uit ging en zorgde ervoor dat ze op het juiste moment het melkpannetje op het vuur zette. Nu konden ze samen genieten. Maar niet voor lang.
Moeder kwam binnen. "Tommie, je hebt je voeten niet geveegd!" riep ze boos. "Wel waar!" riep Tommie terug. "Lieg niet; ik zie het toch zelf? Kijk, de sporen lopen tot bij de drempel."
Tommie keek naar René. Die moest die sporen gemaakt hebben, want Tommie wist zeker dat hij het zelf niet gedaan had. Maar René zweeg. Nu bemoeide Oma zich ermee. "Tommie, tegen ons kun je liegen, maar Sinterklaas hoort en ziet alles."
Dan weet hij dat ik het niet gedaan heb, dacht Tommie. Hij zag in gedachten al hoe Sinterklaas tegen zijn moeder en oma zou zeggen dat ze hem vals beschuldigd hadden. Hele scenario's trokken gingen door Tommie's gedachten. Hij schrok op toen Moeder zei: "Je zwijgt. Dat zegt genoeg. Je hebt je voeten NIET geveegd!"
"Wel waar!!!" riep Tommie. Maar Moeder was niet te overtuigen.

"Ik heb een idee," zei Moeder 's avonds tegen Oma. "Wat dacht je ervan als we een Sinterklaas huren en die laten we Tommie een standje geven?"
"Omdat hij zijn voeten niet geveegd had? Zo erg is het nou toch ook weer niet dat hij zijn voeten vergat te vegen."
"Maar hij loog er dan ook nog om," zei Moeder. "Dat vind ik veel erger."

Het Heerlijk Avondje was gekomen. Vol verwachting klopte Tommie's hart. Eindelijk kon Moeder eens te horen krijgen wie zijn voeten niet geveegd had. Tommie zag Moeder in gedachten al om genade smeken vanwege haar valse beschuldiging... en of Sinterklaas haar alstublieft niet in de zak zou stoppen... Tommie schudde zijn hoofd. Nee, Sinterklaas stopte geen grote mensen in de zak. Maar Moeder zou tenminste weten dat ze fout had gezeten.
Daar was Sinterklaas. Tommie was het liefst op hem af gevlogen, maar hij durfde niet goed. Sinterklaas zou het misschien helemaal niet leuk vinden als Tommie hem op die manier zou "opeisen". Tommie bleef dus kalm zitten.
Dan pakte Sinterklaas het grote boek. Nu zou het beginnen!
"Tommie, wat lees ik hier? Jij hebt laatst je voeten niet geveegd en er ook nog over gelogen."
Tommie richtte zich naar Oma. "Je zei dat Sinterklaas alles hoorde en zag. Dat is niet waar!!!" En hij rende de kamer uit. Zijn sinterklaasfeest was grondig bedorven. Huilend lag hij op zijn bed. Het was allemaal één groot complot!
Tommie kende het woord "complot" niet, maar het begrip ging wel door zijn gedachten. Eerst die verklede man en nu die beschuldiging...
Maar wacht... René had die verklede man verklaard. Deed hij ook mee of geloofde hij echt wat hij had gezegd?

Het sneeuwde nog steeds toen de kerstklokken begonnen te luiden. Bij Tommie thuis hadden ze nooit aan kerstcadeautjes gedaan. De kerstman bracht de kerstboom; verder ging deze Amerikaanse creatie niet. Tommie wist dan ook niet wat hij hoorde toen hij op straat speelde en zijn klasgenoot Geert zei wat hij van de kerstman had gekregen. Het leverde een verhitte discussie op, die vooral bestond uit "nietes" en "welles".
Die avond lag Tommie in zijn bed na te denken over dit vreemde verschijnsel. Eerst een man die zich als Sinterklaas verkleedde, dan bleek Sinterklaas helemaal niet alles te horen en te zien... en nu de kerstman weer, die bij de ene cadeautjes bracht en bij de andere alleen een kerstboom. Tommie probeerde alles met elkaar te rijmen, maar tevergeefs. Het enige dat hem duidelijk was, was dat grote mensen erg goed konden liegen.

De zomervakantie was voorbij en Tommie ging weer naar school. Hij voelde zich heel wat, want hij ging nu naar de "grote" school, dat wil zeggen: niet meer naar het kleuterklasje. Hij mocht nu door dezelfde deur naar binnen als René en hij speelde ook op het schoolplein in plaats van de binnenplaats. Tommie genoot ervan!
Het was op dit schoolplein dat hij kinderen van de hoogste klas ontmoette. Meestal speelden kinderen met hun leeftijdsgenoten, maar Tommie maakte er een sport van, met zoveel mogelijk grote jongens te spelen.
Op een dag, toen hij met een paar grote jongens aan het basketballen was, herinnerde hij zich de vreemde perikelen rond Sinterklaas en de kerstman. Hij besloot zijn licht bij zijn grote vrienden op te steken.

"Nietes!" "Welles!" "Nietes!" "Welles!" "Nietes!" "Welles!" "Nietes!" "Welles!"
Tommie en Hans riepen steeds harder en steeds meer kinderen kwamen eromheen staan. "Wat is er aan de hand?" vroeg een klasgenootje. "Tommie zegt dat Sinterklaas niet echt is."
"Haha, die Tommie!" klonk het nu van alle kanten.
Tommie snapte er niets van. Hij had toch zelf gezien en gehoord dat het gewoon niet kon kloppen wat de grote mensen hadden gezegd. "Ik heb zelf gezien dat Sinterklaas zich verkleedde!" probeerde hij nog. "En bovendien..." voegde hij eraan toe, "klopt het ook niet wat ze van de kerstman zeggen."
Weer klonk hard gelach. "Straks ga je nog zeggen dat de paashaas ook niet echt is!"
Nu bemoeide een meisje van de derde klas zich ermee. "Doe niet zo gek! Als alle grote mensen van de hele wereld samen zo'n complot zouden smeden, dan moet toch een keer iemand zijn mond voorbij praten? Zoiets houd je nooit geheim. En bovendien... ik geloof nooit dat mijn ouders tegen mij zouden liegen. Schaam je, dat jij dat wel denkt!"

Tommie kon niet tegen zoveel naïviteit op. Hij zweeg, maar hij zou het er niet bij laten zitten. En het plan begon zich al meteen in zijn hoofd op te bouwen. Hij had René daarbij nodig, want die kon al goed lezen en schrijven. Maar wacht, kon hij hem vertrouwen? Misschien niet. Tommie dacht er lang en hard over na. René moest helpen zonder te weten wat hij aan het doen was.
Na een paar weken had Tommie zijn plan klaar.
"René, ik heb je hulp nodig." René, die met zijn huiswerk bezig was, zei: "Duurt het lang?"
"Nee, eventjes maar."
"Zeg het dan maar..."
"Ik wil een mail sturen aan een klasgenoot. Wil jij die intypen? Ik heb de computer al aangezet."
René ging achter de pc zitten. "Maar dit is een tekstverwerker. Je moet het mailprogramma hebben."
"Nee nee, ik wil die mail nu nog niet versturen; ik wil hem alleen alvast opstellen."
En Tommie dicteerde:
"Wil je me mailen wanneer Piet daar is? Het is belangrijk want hij heeft mijn zwarte pen nog."
René sloeg de tekst op en zei: "Je mag wel een zwarte pen van mij hebben hoor."
"Nee nee," zei Tommie. "Ik... eh... wil mijn eigen pen terug, want eh..."
"Ja, het is al goed!" zei René een beetje geërgerd en ging verder aan zijn huiswerk.
Poeh, daar had Tommie toch even een benauwd moment beleefd. Maar goed, het was tot hier toe gelukt.

Het duurde nog eens meer dan een week voordat de gelegenheid zich voordeed. Maar op een dag was Tommie alleen thuis. Hij schakelde de pc in. Het tekstbestand had hij zó gevonden. Nu even de tekst bijwerken. Het duurde even voordat hij de tekst volledig ontcijferd had, want zo goed kon hij nog niet lezen. Maar het lukte toch. Het woord "zwarte" verplaatste hij. En dan die naam die er nog bij moest... Hoe schrijf je die? Eén voor één typte hij de letters. Het kon eigenlijk niet missen; dat ging makkelijker dan hij had gedacht. En nu even de website van zijn school opzoeken... Wat hij al vermoedde, klopte: je kon berichten aan alle leerlingen tegelijk sturen. Sterker nog: de andere scholen in de stad hadden diezelfde mogelijkheid. Dus hij kon duizenden kinderen bereiken.

Enkele dagen voor het sinterklaasfeest verstuurde Tommie een bericht via de genoemde websites:
"Wil je me mailen wanneer Sinterklaas of zwarte Piet daar is? Het is belangrijk."
Het Heerlijk Avondje was daar weer. En daar kwamen de mails binnen. Natuurlijk niet meteen, want de kinderen waren veel te druk met vieren. Maar ze onthielden het tijdstip en mailden die. Tommie had nooit gedacht dat zijn actie zo'n succes zou zijn. Binnen een kwartier kwam Sinterklaas bij bijna alle kinderen. En bij sommigen kwam hij ook nog uit het grote boek voorlezen. Dat lukte nooit!
Tommie telde de mails met de tijden binnen dat kwartier. Dat waren er nogal wat!
De volgende dag kwam Tommie met een triomfantelijke blik in zijn ogen op school. Hij riep zijn klasgenoten bijeen, haalde een velletje papier tevoorschijn en zei: "Hier heb ik het bewijs. Kijk eens wanneer Sinterklaas op bezoek is geweest! Niemand kan in zo korte tijd bij zoveel kinderen komen."
Een paar kinderen kon hij overtuigen, maar het merendeel verklaarde Tommie voor gek. Tommie werd opnieuw door een menigte uitgelachen. Maar hij wist dat hij gelijk had. Hij telde nogmaals het aantal mails binnen dat beruchte kwartier en baseerde daarop de titel die hij bovenaan het papier schreef: De 911-leugen.

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"