Gerechtigheid

door Fred de Koning

"Sheriff, ik wil aangifte doen van mishandeling."
Met deze woorden kwam mr Green het kantoor van de plaatselijke politie binnen.
"Gaat u zitten, gaat u zitten..." De sheriff ging achter zijn ouderwetse typmachine zitten, schoof er een papier in en zei: "Vertelt u eerst eens uw naam, leeftijd en woonplaats."
"Ik ben Edward Thomas Green, 64 jaar, en ik woon hier in deze stad."
Terwijl de sheriff aan het typen was, vertelde mr Green verder:
"Ik kwam juist de General Store uit, en daar stonden vier jongens van tegen de 20, schat ik, die eerst niet uit de weg wilden gaan, en toen ik erlangs wilde lopen, begonnen ze zonder enige aanleiding op me in te slaan. Ik mag nog van geluk spreken dat ik er zo goed vanaf gekomen ben; ik heb alleen een blauwe plek en een paar schaafwonden."
De sheriff typte ijverig alles in, haalde het papier uit zijn machine en zei: "Als u dan hier even wilt ondertekenen... ja, precies, daar... dank u."
"En nu?" vroeg mr Green.
"Komt u maar even mee."

Mr Green volgde de sheriff door een deur, en kreeg meteen nieuwe hoop, want ze liepen naar de ruimte waar zich de cellen bevonden. Zou de sheriff de daders soms al hebben gepakt?
Even later bevond mr Green zich in een cel en draaide de sheriff de deur op slot.
"Hé, wat heeft dat te betekenen!?" riep mr Green.
"Morgen zullen we verder zien, mr Green. Verspilt u nu geen energie en ga wat slapen. Er liggen dekens in die hoek daar." De sheriff wees naar een paar dekens waar blijkbaar meer motten dan mensen onder hadden geslapen, en verdween dan door de deur.

Mr Green keek om zich heen. Er waren in het hele cellencomplex slechts vier gevangenen. Hijzelf natuurlijk, in de cel naast hem lag een man die vreselijk naar drank stonk en buiten bewustzijn was, nummer 3 was een man die een gezicht trok alsof hij in staat was, iedereen te wurgen die hem te na kwam, en een eindje verder was een gestalte die mr Green niet goed kon onderscheiden door de vele tralies die tussen beide cellen in zaten. De afstand was daarbij ook nog te groot om een gesprek te voeren, dus er bleef geen andere mogelijkheid dan de avond en nacht eenzaam door te brengen. Mr Green pakte de dekens, zocht tevergeefs naar een hoofdkussen, en besloot één van de dekens dan maar op te vouwen en als kussen te gebruiken.
De uren kropen voorbij. Af en toe zag mr Green kans, even in te dommelen, maar de meeste tijd lag hij zich af te vragen in wat voor gekkenhuis hij toch beland was. Wat verbeeldde die sheriff zich wel niet? Kon hij een slachtoffer van een misdaad dan zomaar in de cel gooien? Wacht maar; zogauw ik hieruit ben, ga ik hem aanklagen wegens... wegens...
Er vlogen zoveel gedachten door het brein van mr Green, dat het onmogelijk was, helder te denken. Slechts twee gedachten bleven door het geplaagde hoofd spoken: hij zou wraak nemen, en... waarom deed de sheriff dit???

Nauwelijks was mr Green voor de zoveelste keer ingedommeld, toen de deur open ging en de sheriff verscheen. Hij liep naar de cel van mr Green en zei: "Opstaan!"
Deze voldeed gaarne aan dit bevel, want hij was geradbraakt door de harde ondergrond waarop hij had gelegen. "Hoe laat is het?" vroeg hij.
"6 uur," antwoordde de sheriff. "Het is tijd voor een tweede verklaring en daarna mag u naar huis."
Mr Green ging op de stoel zitten aan het bureau, tegenover de sheriff, en begon: "Ik weet niet wat ik nog meer kan vertellen. Ik..."
"Meneer, wilt u even wachten? Ik ga nu eerst iets zeggen!"
Nee, nou zullen we het beleven, dacht mr Green. Maar hij zei nog niets; die sheriff zou zijn trekken nog wel thuis krijgen!

De sheriff pakte een thermoskan, schonk zichzelf een kop koffie in, ging iets gemakkelijker zitten, nam twee slokken, en begon:
"Laat ik eerst eens beginnen met mezelf voor te stellen... Mijn naam is Peter Long... Zegt die naam u iets?"
"Peter Long?" herhaalde mr Green. "Ja, die naam ken ik... was u niet een leerling op de school in de Hoofdstraat?"
De sheriff grijnsde. "Ik had al gehoopt dat u mij zich zou herinneren. Ik was een leerling en u was mijn leraar. Hebt u nu misschien een vermoeden waarom ik u een nacht in de cel heb laten doorbrengen?"
Mr Green wist van verbazing geen woord uit te brengen. Peter was indertijd niet bepaald zijn favoriete leerling. Peter was zo'n beetje de kampioen geweest in straf krijgen. Zou die dan nu compleet gek geworden zijn?

"Welnu mr Green, in mijn schooltijd hadden mijn klasgenoten massaal iets tegen me omdat mijn vader sheriff was. Keer op keer werd ik door een menigte in elkaar geslagen. Keer op keer wist u niets beters te doen dan mij te straffen omdat ik vocht. En keer op keer probeerde ik u ervan te overtuigen dat ik geen dader was, maar slachtoffer. Maar u luisterde nooit."
Mr Green onderbrak de ander. "Ik luisterde wel, maar jij blijkbaar niet, want ik heb je zo vaak gezegd: het interesseert me niet wie er begonnen is; wie bij een gevecht betrokken is, heeft er schuld aan."
"Ja meneer, dat herinner ik me heel goed. En gisteren kwam u melden dat u bij een vechtpartij betrokken was geweest. Zou u mij dan een reden kunnen geven waarom ik u niet had mogen opsluiten?"

© 2005 by Fred de Koning

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"