Het pretpark

door Fred de Koning

Er was eens een pretpark met de naam Efac. Het had al jaren bestaan en alles liep goed. Maar dan... waren daar de voordringers. Niemand kon achteraf precies zeggen wanneer het begon. Alleen over de oorzaak was iedereen het eens: er was te lang een beleid geweest van "laat ze maar; je moet niet ingrijpen want dan verpest je de sfeer". Natuurlijk waren er wel eens mensen die zeiden: "Hé, op je beurt wachten!" Maar zelfs de niet-voordringers antwoordden dan vaak iets in de geest van "maak niet zo'n drukte; ze doen toch geen kwaad?"

2 jaar nadat de voordringers de regels in de pretparken hadden "veranderd", wist eigenlijk niemand meer beter of het was normaal om voor te dringen. Mensen die dat niet deden, dachten zelfs massaal dat bijna iedereen voordrong en dat zijzelf uitzonderingen waren. Het was daardoor dat de mensen er massaal in berustten. En wie dat niet deed, werd een zeurpiet genoemd... en de “zeurpieten” hielden al gauw op, Efac te bezoeken.

En zo ontstond deze situatie, die jarenlang voortsleepte: mensen konden worden onderverdeeld in de volgende groepen:
A) de voordringers,
B) degenen die niet voordrongen maar die geen probleem hadden met de situatie,
C) degenen die alleen nog maar naar Efac gingen als ze niet anders konden,
en tot slot D) degenen die onder geen voorwaarde naar Efac gingen.
Groep A was het kleinst, maar dat scheen de baas van Efac niet door te hebben. Hij was bang dat een ingrijpen ertoe zou leiden dat de voordringers niet meer zouden komen en dat dus de omzet zou dalen.

Jarenlang ging dit door. En ondertussen gebeurde er ook nog iets anders: de toegangsprijs werd alsmaar hoger. De dagelijkse bezoekers merkten dat eigenlijk nauwelijks, want de prijsverhogingen gingen héél geleidelijk. Alleen wie na jaren nog eens een bezoekje aan Efac wilde brengen, schrok van de nieuwe prijs en dacht dan: dit nooit meer!

Ondertussen groeide het ongenoegen van de nette mensen ten opzichte van de voordringers. Een groep mensen organiseerde zich en besloot dat er een einde aan deze wantoestand moest komen: ze stapten naar de rechter. De zaak sleepte natuurlijk jaren aan (zoals we gewend zijn), maar uiteindelijk viel dan toch het vonnis: de voordringers dienden hun fatsoen te houden en op hun beurt te wachten. De uitbater werd een boete in het vooruitzicht gesteld als hij deze regel niet zou handhaven.
Nou, dat had gevolgen! Op het internet verschenen zelfs websites waarop ze lieten weten dat ze schijt hadden aan de rechterlijke uitspraak.

Toch had het vonnis wel gevolgen: het voordringen was enorm verminderd en zou na verloop van tijd uitsterven. Maar... de meeste voordringers kwamen niet meer en de eigenaar van Efac zag zijn omzet dalen. Hij dacht: Hoe kan dat? Waarom verdien ik zoveel minder als de niet-voordringers in de meerderheid zijn? Dan zouden er toch juist méér bezoekers moeten komen??? Dat laatste zeiden de voordringers ook honend: "Waar blijven jullie nou???"

Vrijwel niemand doorzag de situatie. Massaal bleven de mensen geloven dat het weren van voordringers een slechte zaak was... Af en toe was er eens een roepende in de woestijn, die de gebeurtenissen in hun juiste perspectief zag, maar niemand luisterde.

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"