door Fred de Koning
"Betty, ik heb je hulp nodig!"
"Hoi Gea, zeg het maar."
"Wel, ik heb een ongeluk gehad en ik moet een getuige hebben."
"Ehhh, misschien ligt het aan mij, maar ik snap niet waarom je mij dan moet hebben..."
"Wel, het zit zo: ik had geld nodig en ik had een handigheidje bedacht: je weet dat een automobilist bij voorbaat schuldig is als hij met een fiets in botsing komt. Dus ik reed op de fiets de stad in en probeerde van alles om een botsing te veroorzaken die me niet al te ernstig zou verwonden, maar waarbij ik wel een flinke som geld aan schadevergoeding zou kunnen loskrijgen. Maar weet je wat de ellende is? Fietsers misdragen zich al jaren dusdanig, dat automobilisten te goed geoefend zijn in het voorkomen van ongelukken. Uiteindelijk kwam dan toch de gelegenheid. Vlak na een bocht haalde een auto me in, en hij was nog niet op snelheid gekomen, dus ik pakte mijn kans: ik week opeens uit naar links en botste tegen zijn zijkant... Hij had geen schijn van kans; door zijn lage snelheid kon hij me niet ontwijken en ik had geen ernstige verwondingen, alleen een schaafwond aan mijn knie..."
Gea werd onderbroken door haar vriendin: "Dat is allemaal heel interessant, maar één ding snap ik niet: waar heb je dan een getuige voor nodig? Hij wordt zonder meer schuldig bevonden, zei je net."
"Ja," ging Gea verder, "maar in één geval gaat dat grapje niet door, namelijk als de automobilist kan aantonen dat hij op geen enkele manier een botsing kon voorkomen, en dat is nou juist wat hij tegen de politie heeft gezegd, en ik ben doodsbang dat ze hem geloven, want dan zit ik zelf met de schade aan mijn fiets, die waarschijnlijk total loss is. Ik moet een getuigenverklaring hebben dat hij slingerde waardoor hij tegen mij aan botste in plaats van ik tegen hem, en ik zou graag willen dat jij die getuige bent. Snap je waar het om gaat? Als ik win, ben ik schatrijk, maar als ik verlies, kan ik niet eens een nieuwe fiets kopen. Dus ik moet koste wat het kost winnen."
Henk las het emailtje nog eens en nog eens. Hoe kon zij in vredesnaam een getuige hebben? Henk belde naar mr Vernes, zijn advocaat, en vertelde wat hem net was overkomen. Terwijl de telefoonhoorn het antwoord van de raadsman uitspuwde, betrok het gezicht van Henk.
"Maar die getuige MOET gewoon vals zijn; is er dan geen enkele manier om aan te tonen dat die getuige liegt?"
Het gesprek ging nog enkele minuten door, maar uiteindelijk legde Henk moedeloos de hoorn op het toestel en zei tegen zichzelf: "En toch laat ik het er niet bij zitten; mijn verzekering mag dan wel haar schade vergoeden, maar ik ga niet mijn rijbewijs inleveren en een boete betalen omdat een wegpiraat op een fiets misbruik maakt van het feit dat een zwakke weggebruiker altijd gelijk krijgt! Zwakke weggebruiker... Ha, laat me niet lachen! Als er iemand zwak is, is het wel de automobilist, die zijn onschuld moet bewijzen voordat hij vrijgesproken kan worden!!!"
Dirk was al jaren een goede vriend en buurman van Henk geweest, en hij zou Henk graag van dienst zijn. "Maar een valse getuige wil ik niet zijn," zei hij. "Weet je wel wat voor straf ik riskeer als ik door de mand val? Trouwens, twee valse getuigen die tegenover elkaar staan, zullen altijd van elkaar proberen te bewijzen dat ze er niet echt bij waren. Stel dat ze vraagt hoe haar fiets eruit zag... Okee, dat kunnen we dan voorbereiden, maar als we 100 antwoorden op zulke vragen instuderen, zul je altijd zien dat er eentje achteraan komt waar we niet op hadden gerekend. Sorry Henk, maar kwaad kun je niet op die manier met kwaad bestrijden. Ik wil je best helpen, maar zo niet."
Henk wist na het lezen van dit emailtje dat hij de zaak verloren had. Blijkbaar zegevierde het recht toch niet altijd. Hij ging zijn huis uit en klopte bij zijn buurman aan. "Dirk, kijk eens wat ik nu weer heb gekregen. 2 valse getuigen... daar moet ik iets tegenover zetten; wil je je niet bedenken?"
"Nee Henk, maar ik kan je wel een goede raad geven: zeg tegen je advocaat dat hij die tweede getuige aan de tand moet laten voelen."
"Is er iets bepaalds dat hem gevraagd moet worden?"
"Nee, dat niet, maar ik heb zo'n vaag vermoeden..." Dirk maakte de zin niet af en zei dan: "Doe maar wat ik gezegd heb."
Aan de andere kant van de lijn klonk de stem van mr Vernes: "Gefeliciteerd meneer Buis, de tegenpartij heeft de zaak verloren op grond van meineed."
Henk kon wel door het dak springen van opluchting.
Dirk onderbrak hem: "Vertel nou eerst 'ns wat er precies gebeurd is."
"Tja, waar zal ik beginnen... Mijn advocaat heeft die tweede getuige laten napluizen. Die had zich per brief bij de politie gemeld, dus ze gingen naar het adres dat erop stond. Daar woonde wel iemand met de juiste naam, maar die zei dat hij van niets wist. Dat was goed nieuws, want daaruit bleek al, dat mevrouw Tieler een vuil spelletje speelde door niet-bestaande getuigen erbij te halen. Naar aanleiding daarvan hebben ze de eerste getuige toen ook eens opgezocht..."
"... en die wist ook van niks?" onderbrak Dirk.
"Mis, die zei dat ze wel getuige was geweest, dus die hebben ze eens aan de tand gevoeld, en die versprak zich opeens doordat ze mevrouw Tieler bij de voornaam aanduidde: Gea."
Dirk keek Henk vol interesse aan. "Vertel verder," zei hij.
"Het was niet moeilijk om dan uit te zoeken dat die twee al jarenlang vriendinnen zijn, en dat zo'n getuige niet alleen onwettig is, maar dat het heel aannemelijk is dat ze helemaal niet aanwezig was op de plaats van de botsing... Maar dan zeg ik nog eens: waarom heeft ze er een tweede valse getuige bij gehaald, die nota bene zelf van niets wist? Ze had op haar vingers kunnen natellen dat die haar zaak in het honderd zou laten lopen!"
Dirk stond op, liep naar zijn computer en zei: "Ik had je al eens gezegd dat ik geen valse getuige wou zijn. Maar dat betekende niet dat ik je in de steek liet. Ik zal die brief die ik namens die tweede getuige heb geschreven, nu maar wissen; stel dat ze bij mij komen snuffelen... Enne... Graag gedaan!"