Mijn belevenissen met Jehova's Getuigen

door Fred de Koning

1

Toen ik op de kleuterschool zat, raakte mijn moeder bevriend met de moeder van een klasgenoot. Om een lang verhaal kort te maken: heel vaak moest ik 's morgens naar die familie omdat mijn moeder uit werken ging, waarna ik met die kinderen samen naar school ging. Die familie was aangesloten bij de Jehova's Getuigen, hetgeen ik pas jaren later te weten ben gekomen. Ik kan boeken vol schrijven met de vernederingen die ik daar moest ondergaan: ik stond daar onderaan de "maatschappelijke" ladder en dat lieten ze me goed voelen! Ik was verplicht, zelfs de jongste van de familie onvoorwaardelijk te gehoorzamen, hoewel hij enkele maanden jonger was dan ik. Geslagen werd ik daar ook meer dan eens, om de meest belachelijke redenen.

2

Dan kwam ik op de lagere school terecht. Bijna tegelijk verhuisde eerdergenoemde familie, zodat het contact al snel verwaterde. Maar dan kreeg ik te maken met een juffrouw die me heel vaak sloeg. Dat kon zijn omdat ik te langzaam werkte (noot: ik had al lezen, schrijven en rekenen geleerd voordat ik naar school ging, dus ik verveelde me vreselijk; vandaar dat ik altijd met mijn gedachten ergens anders zat). Of het kon zijn omdat ik een enigszins zwakke blaas had en uit alle macht probeerde het binnen te houden terwijl ik het genant vond om zowat elk uur te vragen of ik naar de wc mocht. Trouwens... ze zette me een keer in de hoek toen ik op een dag te vaak naar de wc moest!

Verder weet ik nog goed dat ik een keer precies hetzelfde had gedaan als een klasgenoot, namelijk de deur van de wc te luidruchtig gesloten. Ik moest op de gang staan; hij niet.
Ook werden er eens 4 kinderen gestraft wegens onoplettendheid, waarvan ik er één was. 3 gingen in de hoek; ik op de gang omdat de vierde hoek niet geschikt was als strafplaats (had met de lokaalindeling te maken). Het zal zo'n half uur later zijn dat een klasgenoot de deur opende en me vroeg of ik melkgeld bij me had. Ik ging het lokaal in om dat af te geven, zag dat mijn 3 klasgenoten weer op hun plaats zaten en wilde ook weer gaan zitten. Niks ervan; terug op de gang!!!

Ik had meer dan een jaar bij die juffrouw in de klas gezeten toen mijn moeder erachter kwam dat ze me sloeg. Desgevraagd zei ze tegen mijn moeder dat er een duivel in mijn hoofd zat en dat ze die eruit moest slaan. Het hoofd van de school wilde er niets tegen ondernemen. Hij zei: "Ze heeft nou eenmaal een beetje vreemd geloof." Dat bleek dus Jehova's Getuige te zijn. Vanaf het derde jaar zat ik op een andere school.

3

Vele jaren later kreeg ik een ernstig verkeersongeluk, waarbij ik een bloedtransfusie nodig had. Volgens de wetten van de Jehova's Getuigen had ik toen dood moeten gaan.

4

En dan vinden ze het nog vreemd als ik ze hier niet aan de deur wil hebben! Maar misschien hebben ze sinds kort de boodschap begrepen. Ze renden letterlijk voor hun leven toen ik ze onmiskenbaar duidelijk maakte wat ik van ze dacht!

Noot: weten ze eigenlijk wel wat voor straf er staat op valse getuigenis?
Naar hoofdpagina "Fred de Koning"