Roodkapjedoor Fred de Koning Er was eens, heel lang geleden (aan het eind van de 20e eeuw) een meisje en dat heette Roodkapje. Haar vader was een arme houthakker... O nee, hij bezat een grootwarenhuis. En Roodkapje's moeder verzorgde de administratie van de winkel. Samen woonden ze aan de rand van het bos. Ergens middenin het bos woonde Roodkapje's grootmoeder. Roodkapje ging daar vaak naartoe, want Grootmoeder was slecht ter been, dus ze kon haar boodschappen niet zelf halen. Daarom bracht Roodkapje die altijd. Normaal zouden klanten extra betalen voor het bezorgen, maar Roodkapje deed dat er gratis bij. Bovendien kon ze dan een beetje snoepen van de koekjes en chocolaatjes die Grootmoeder altijd bestelde.In het bos woonde ook een wolf. Die wolf leefde daar heel gelukkig en tevreden. Hij deed nooit zijn boodschappen in de winkel, want hij kon zelf voor zijn eten zorgen: in het bos vond hij alles wat hij nodig had. Daar waren de ouders van Roodkapje niet blij mee. Stel je voor zeg: iemand kan leven zonder geld; dat is ongehoord!!! Het was om die reden dat ze regelmatig praatjes vertelden over de wolf: dat hij Roodkapje wel eens had proberen te verkrachten bijvoorbeeld. De mensen slikten die verhaaltjes voor zoete koek. Ja, die zoete koek vond gretig aftrek (vooral als die 10% afgeprijsd was). Maar op een dag zei Vader: "Dit kan zo niet langer! We moeten ons voor eens en voor altijd van die wolf ontdoen... en ik weet ook al hoe." Hij legde aan Moeder en Roodkapje uit wat zijn plan was. Moeder ging meteen aan de slag. Eerst sloot ze een verzekering af op het huisje van Grootmoeder. Daarna moest ze even geduld hebben, want de verzekeringsmaatschappij wilde eerst het huisje zien en keuren. Maar toen dat was gebeurd, begon het tweede deel van het plan.Een paar dagen later fietste een man die voor de gelegenheid was ingehuurd, door het bos op weg naar Grootmoeder, met een mandje levensmiddelen achterop. De rit duurde langer dan gewoonlijk want ten eerste was de mand dubbel zo zwaar als normaal, en ten tweede kende de man de weg niet zo goed. Maar uiteindelijk kwam hij uitgeput aan bij het huisje. Hij klopte aan, ging naar binnen, rekende af en keek nieuwsgierig toe hoe Grootmoeder het mandje openmaakte. In het dorp hoorde men een harde knal, die duidelijk uit het bos kwam. De brandweer rukte met groot materieel uit, maar bij aankomst bleek dat er van het hele huisje niets meer over was dan de betonnen vloer. De rest lag er volkomen verast bij. "Dat is het werk van de wolf!" riep Vader. Meteen begonnen de inwoners massaal geweren te kopen in de winkel van Vader. En de volgende dag werd er een klopjacht gehouden in het bos. Het kon niet lang duren of de wolf werd gevonden. Zonder enige plichtplegingen of rechtszaak, zelfs geen verhoor, werd de wolf doodgeschoten. Niet veel later betaalde de verzekering uit. Kassa!!! Roodkapje was blij, want nu kon ze die dure spelcomputer kopen die ze al zo lang wou hebben.En sindsdien werden alle wolven in hokken opgesloten of afgeschoten, want stel je voor dat ze nog eens zo'n aanslag zouden plegen... De man van de expeditie-afdeling die het mandje had ingepakt waarmee die laatste levering was gedaan, verhuisde nog diezelfde dag en niemand wist waarheen. Dat was natuurlijk jammer, want sommige mensen hadden wel graag willen weten wat er in dat mandje had gezeten. Er waren namelijk mensen die vraagtekens zetten bij de gebeurtenissen. Hoe kon de wolf aan explosieven komen? En hoe toevallig was het, dat Roodkapje uitgerekend nu niet zelf het mandje had gebracht? Die mensen kregen meteen het predicaat "complotdenker" opgespeld. Wie twijfels had, kreeg steevast te horen: "Roodkapje zou toch nooit haar eigen grootmoeder vermoorden???" Af en toe dacht iemand hard bewijs te kunnen leveren, maar op één of andere vreemde manier gingen die mensen altijd dood voordat ze hun bewijs aan de bevolking konden tonen. Ja, sinds die dag dat de oorlog op wolven begon, zag de wereld er héél anders uit!© 2013/2018 by Fred de Koning
|
Naar hoofdpagina "Fred de Koning" |