|
Tranen
door Fred de Koning
Helemaal in tranen kwam Rika het politiebureau binnen. Meteen kwam een agent naar de balie en vroeg wat er aan de hand was.
"Ze hebben mijn baby doodgeslagen!" riep Rika. "Zomaar, zonder dat er ook maar de minste reden voor was!"
De agent vroeg Rika, hem te volgen naar een verhoorkamer, waar hij haar aangifte in de computer zou invoeren.
Eigenlijk was er maar weinig te zeggen. Uit het niets kwamen twee mannen en een vrouw, die zonder iets te zeggen op de baby begionnen in te rammen. Daarna verdwenen ze weer. Dat was alles.
De agent sloot de computer af na alles te hebben ingetypt en zei dat hij voorlopig weinig kon doen. Het was een speld in een hooiberg. Maar als er meer aangiftes kwamen, konden ze misschien een patroon ontdekken.
Rika verliet het politiebureau en dacht na. Meer aangiftes... Dat zou de kans verhogen dat de daders worden gepakt. Maar dat betekent ook dat er meer baby's worden doodgeslagen. Hoe meer ze erover nadacht, hoe erger ze het vond. Was zijzelf misschien niet de eerste geweest? Volkomen in gedachten liep ze door totdat ze opeens uit haar roes ontwaakte. Waar was ze???
Ze keek om zich heen, maar kon niets ontdekken dat ze herkende. Ze probeerde straatnaambordjes te vinden, maar in dit deel van de stad leken die niet te bestaan.
Op haar schreden terugkeren dan maar? Dan zou ze vroeg of laat weer in een vertrouwde omgeving terecht moeten komen.
Rika had al een heel eind afgelegd toen ze zich realiseerde dat de omgeving vreemd bleef. Dan opeens hoorde ze een stem: "Dat heb jij ook met onze baby's gedaan!"
Ze probeerde te antwoorden, maar er kwam geen geluid uit haar keel. Met alle kracht die ze had, dwong ze haar stembanden tot het produceren van geluid. "Wat heb ik gedaan?" begon ze te zeggen. Maar verder dan "wat" kwam ze niet. Ze werd wakker van haar eigen stem.
Rika keek op haar horloge. Over 5 minuten zou de wekker afgaan. Ze kon dan net zo goed meteen uit bed komen. Ze pakte de stapel kleren die over de stoel hing en sorteerde wat er in de was ging en wat ze vandaag weer zou aantrekken. Als laatste haar jas. Die had ze gisteravond in de haast niet aan de kapstok gehangen maar bij haar kleren op de stoel gelegd. Voorzichtig pakte ze de dure jas op en hing hem aan de kapstok. Ze was er anders heel zuinig op; het was heel uitzonderlijk dat ze hem zomaar op de stoel legde. Stel je voor; zo'n dure jas van zeehondenbont...
Van zeehondenbont!!! Opeens realiseerde Rika zich wat haar droom betekende. Ze had nu zelf kunnen voelen wat zeehondenmoeders zo vaak moeten meemaken. Ze besloot, nooit meer deze gruwelijke praktijk te financieren. Nooit meer!
|
Naar hoofdpagina "Fred de Koning" |