Waar blijft-ie nou?

door Fred de Koning

"Kijk, het is eigenlijk heel simpel," zei meneer Dijkstra.
De leerlingen gingen een beetje onderuit zitten. Ze wisten dat er weer een lange uiteenzetting zou volgen over iets dat hun leraar eenvoudig vond, maar dat niemand ooit had kunnen snappen.
"Tijd is een vierde dimensie, en daarmee vertel ik niets nieuws. Maar we dachten altijd dat die vierde dimensie voor ons ongrijpbaar was. Maar nee; het lag altijd al zo vreselijk voor de hand, dat we er altijd overheen gekeken hebben. Het verloop van de tijd konden we al versnellen door enorme snelheden op te wekken... Wie van jullie kan me vertellen op welke manier dat blijkt?"
Er ging geen enkele vinger omhoog. Meneer Dijkstra keek geïrriteerd. "Kom nou, iemand moet nog weten wat ik vorig jaar heb verteld over de reis naar Alpha Centauri. Nou, wie weet het nog?"
Nu gingen er enkele vingers de lucht in. "Otto, ga je gang."

Otto zei: "Als een astronaut naar Alpha Centauri vliegt, wordt hij onderweg 30 jaar ouder, en op de terugweg weer 30 jaar. Maar door de grote snelheid loopt de tijd voor hem heel anders, zodat de Aarde ondertussen veel méér dan 60 jaar ouder is geworden."
"Ja, maar hoe groot is dat verschil? Is de Aarde dan soms 70 jaar ouder geworden?... Of 300 jaar, of 2000?" vroeg de leraar.
"Nee," zei Otto, "eerder een paar miljoen jaar."

"Juist," ging meneer Dijkstra verder. "En nu het tweede ingrediënt van mijn ontdekking: Wat is temperatuur?"
Weer geen vingers. Deze keer gaf de leraar geen hints, maar vervolgde zelf zijn betoog: "Temperatuur is niets anders dan de snelheid waarmee de elementaire deeltjes zich ten opzichte van elkaar bewegen. Dus bijvoorbeeld hoe snel de elektronen om de protonen draaien. Heeft iemand van jullie al door waar ik naartoe wil?"

Hij keek naar de emotieloze gezichten van de leerlingen en voelde een woede opkomen. Interesseert die jongelui dan helemaal niets meer, tegenwoordig? Toch ging hij door, want er waren een paar leerlingen die wel enige interesse leken te hebben. Hij scheurde een klein stukje papier van een blad in zijn agenda, maakte er in zijn mond een vochtig balletje van, opende zijn bureaula, haalde er een elastiekje uit, mikte, en schoot het projectiel tegen het voorhoofd van een dommelende jongen, die met een ruk overeind kwam.
"Dat is nou wat ik bedoel. Met een paar langzame bewegingen heb ik een paar snelle bewegingen veroorzaakt: die van het papiertje, en die van Johan toen hij opsprong.
Hiermee had hij meteen weer de volle aandacht van de klas, en hij ging verder met zijn uitleg:

"Wat denken jullie dat er gebeurt als ik een metalen kist binnenin een metalen kist zet, waarbij de binnenste de buitenste niet raakt, waarna ik de buitenste kist ga verwarmen?"
"Dan zullen ze u een tovenaar noemen, want dan moet de binnenste kist zweven," klonk het achterin de klas.
"Ja, hoor eens," zei meneer Dijkstra, "ik bedoel natuurlijk dat de binnenste kist op een paar punten steunt, die van een materiaal zijn gemaakt dat vrijwel geen warmte kan geleiden... Enfin, als ik dan de twee kisten plotseling met elkaar in contact breng, wordt de binnenste kist zo snel verwarmd, dat hij als uit een katapult vooruit wordt geschoten in de tijd. Kijk..."
Hij draaide zich om, veegde een deel van het bord schoon en schreef een paar symbolen en getallen op. "De massa van de binnenste kist noemen we m1 en die van de buitenste kist noemen we m2. De temperatuur van de kisten (in Kelvin) noemen we t1 en t2, en de sprong in tijd (in seconden) noemen we w. Welnu, w=c{(t2 m1 m2)2-(t1 m2)2}. Die c is een constante, maar de waarde heb ik nog niet kunnen bepalen."

Toen de leerlingen de volgende maandag het lokaal binnenkwamen zagen ze een grote metalen kist staan. Op het bord stond in het handschrift van meneer Dijkstra geschreven: "Ga rustig zitten. Ik kom zo."
De klas gehoorzaamde en wachtte. Maar al gauw werd het rumoerig, want wie er op kwam dagen, niet meneer Dijkstra.
Toen de concierge over de gang voorbij liep, sprong Hannie uit haar bank en rende de gang op. "Meneer de Leeuw!" riep ze. De aangesprokene draaide zich om en vroeg: "Ja, waar kan ik je mee helpen?"
"Weet u misschien waar meneer Dijkstra is?"
Meneer de Leeuw gaf Hannie een zacht duwtje in de richting van de deur van het klaslokaal, ging achter haar aan naar binnen, zag de kist, en vroeg toen: "Wat nu, staat dat ding hier nou nog? Vrijdag kwam meneer Dijkstra na de laatste les met dat ding de school binnen en zei dat het maar voor even was."
Hij dempte zijn stem en zei: "Eigenlijk mocht ik helemaal niet weten wat hij ging doen, maar ik heb toch even stiekem gekeken. Ik zag dat hij de kist met een of andere chemische stof inwreef, waardoor het ding ontzettend ging gloeien, en daarna kroop hij erin. Verder heb ik niet gezien wat er gebeurde, maar ik vond het toen al gek dat ik hem niet naar buiten heb zien komen. Toen ik de school moest afsluiten heb ik echt overal gezocht, maar er was geen hond in het hele gebouw te bekennen. En ook die kist was leeg."

Hier en daar begonnen een paar leerlingen met elkaar te fluisteren. Ze snapten dat meneer Dijkstra vrijdag een sprong naar vandaag wilde maken. Maar blijkbaar had hij zich ergens vergist, want hij had nu weer tevoorschijn moeten komen. Eerst wilde meneer de Leeuw daar niets van geloven, maar evenmin had hij een betere verklaring voor het feit dat meneer Dijkstra vrijdag zo spoorloos verdwenen was. Hij zei tegen de klas dat ze maar wat moesten gaan doen, en als meneer Dijkstra niet tevoorschijn zou komen moesten ze maar gewoon het volgende uur naar de volgende les gaan. Meneer Dijkstra zou heus niet in zeven sloten tegelijk lopen.

Twee weken later was de verdwijning van de leraar voorpaginanieuws geworden. Geleerden van over de hele wereld hadden het verhaal van de leerlingen aangehoord, en ze moesten toegeven dat een tijdreis naar de toekomst op die manier mogelijk was. "Maar," zeiden ze ook, "jullie leraar heeft één ding over het hoofd gezien: Moeder Aarde draait. Dus als hij 's avonds vertrekt en 's morgens aankomt, landt hij ergens in Oost-Azië. Hij zal dus nog een hele reis hebben moeten maken om weer hier te komen, en als hij geen geld bij zich heeft gestoken..."

Nog vele maanden wachtten alle leerlingen op hun leraar. Maar noch hijzelf, noch een brief of ander bericht bereikte hen. Bert kwam op een dag tijdens de lunchpauze op een idee: "Zou Dijkstra misschien op een drukke weg zijn geland en overreden? Of anders in een vulkaan of zo?"
Carla dacht even na en sloeg een hand voor haar mond. "Nee," riep ze, "ik weet waar Dijkstra geland is!"
"Waar dan?" klonk het van alle kanten.
"Precies op dezelfde plaats waar hij vrijdagavond vertrok, dat wil zeggen: waar de Aarde vrijdagavond was. Maar die draait om de zon, dus Dijkstra heeft waarschijnlijk nog net even de Aarde vanuit de verte gezien in de laatste seconden van zijn leven!"

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"