Waar is vader gebleven?

door Fred de Koning

Martin kwam het café binnen, ging naast me zitten, bestelde een whisky, en zei tegen me: "Wil je wat van me drinken?"
Ik dacht na over zijn plotselinge gulheid, en stemde toe. "Geef me maar appelsap," zei ik.
"Wat nou?" zei Martin, "Ik betaal, hoor. Neem ook een whisky!"
Ik schudde het hoofd. "Ik moet nog rijden, dat weet je toch? Waarom is dit opeens? Heb je wat te vieren?"
Martin nam een slok, ging een beetje anders op zijn kruk zitten, dacht even na en zei toen: "Ik zal het je vertellen als je belooft, het niet verder te vertellen." Ik beloofde het.

"Weet je nog dat die oude computer van me een steekvlam gaf, en dat ik toen een andere gekocht heb? Nou, ik heb iets prachtigs ontdekt. Ik heb van een paar onderdelen van die oude computer een geheugenuitbreiding gemaakt, waardoor ik dubbel zoveel zou hebben... Nee, wacht even; er komt nog meer: Het werkte namelijk niet. Urenlang heb ik zitten sleutelen, en al die tijd stonden de twee computers aan. Uiteindelijk gaf ik op en wilde naar bed gaan. Toen pas zag ik op de klok, dat het een uur vroeger was dan op het moment dat ik begon. Begrijp je wat dat betekent? Ik heb per ongeluk een tijdmachine gemaakt. En nou kan ik eindelijk eens wraak nemen op die ellendige vader van me, die ik nooit gekend heb; hij liet mijn moeder in de steek voordat ik geboren was. Ik ga nu terug naar de tijd dat ik een klein jongetje was en probeer erachter te komen wie mijn vader was..."
Hij nam een slok. Van de stilte maakte ik gebruik om te vragen waarom niet naar de tijd dat zijn ouders elkaar kenden.
"Snap je dat niet? Denk je dat ik de kans zal krijgen om tussen die twee te komen als ze verliefd op elkaar zijn? Nee, ik moet naar de tijd dat mijn moeder verbitterd begint te raken. Maar ik heb je hulp nodig. Je hoeft niet veel te doen; je moet even met me mee naar mijn huis en bij de computer blijven terwijl ik weg ben. Je moet vooral goed naar het scherm kijken en opschrijven wat daarop verschijnt. Ik blijf een paar dagen in het verleden, maar ik maak de terugweg ietsje korter, zodat ik na een minuut al terug ben. Als ik in de verkeerde tijd terechtkom, kun je me vertellen of ik te vroeg of te laat was. Snap je?" Ik besloot mee te doen, al was het meer uit nieuwsgierigheid dan wat anders. We rekenden af en gingen.

In Martin's huis zag ik een vreemd apparaat dat duidelijk ooit een computer was geweest.
"Kijk," zei Martin, "dit is de machine. Ik zal hem instellen en daarna moet jij even de kamer uit; anders ga je misschien mee naar het verleden. Als je een sissend geluid hoort, ben ik weg; dan kun je weer binnenkomen. Kijk naar het scherm en noteer de datum. Begrepen?" Ik knikte en ging de kamer uit. Even later hoorde ik gesis, ik ging de kamer weer in en noteerde de datum die ik zag. Daarna gebeurde er een tijdje niets, totdat Martin opeens weer verscheen. Hij keek somber. "En...?" vroeg ik.
"Ik was in de goede tijd, maar ik ben niets wijzer geworden. Kom mee naar de andere kamer; dan zal ik het je allemaal vertellen....

Ik heb mijn moeder ontmoet in de tijd dat ik nog klein was. Ik weet niet hoe klein, want ik heb mezelf niet gezien; ik denk dat ik bij mijn opa was of zo, want daar logeerde ik vaak. Ik heb mijn moeder natuurlijk niet verteld wie ik was; ik zei alleen dat ik Martin heette. Urenlang heb ik met haar gepraat en heel voorzichtig heb ik het onderwerp proberen aan te snijden, maar ze ging er niet op in. Als ik niet beter wist, zou ik denken dat ze mijn vader nooit gekend had.
's Avonds hebben we lekker gegeten en daarna nodigde ze me uit om te overnachten... Man, ik zeg je dit: Mijn moeder was echt zo lief als ik me haar herinner. Alleen één ding vond ik vervelend: Ze begon die nacht... nou ja, je weet wel. En ik kon niets doen zonder te verraden wie ik was. Maar ik had één troost: ik wist dat ze na mij geen kinderen meer heeft gekregen, dus er kon niets gebeuren."

Hij zweeg en wachtte op mijn reactie. Ik wist niet wat ik hierop zou moeten antwoorden.
Plotseling stond hij op en liep naar de kamer waar de computer stond. "Zeg, heb je eigenlijk het beeldscherm in de gaten gehouden terwijl ik weg was?"
"Ja, ik heb de datum genoteerd."
Hij pakte het papier, las het en werd zo bleek als een doek. "Wat is er; is er iets mis?" vroeg ik.
"Dat zou ik denken!" zei Martin, "Ik ben niet teruggegaan naar de tijd van mijn jeugd, maar negen maanden voor mijn geboorte!"


Dit verhaal maakt deel uit van het boek "Balance & Bulls - perikelen rond een popgroep".

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"