Wat is er in vredesnaam gaande???door Fred de Koning De crisis liet zich voelen. Ik was blij dat ik mijn baantje nog had, maar vroeger kon ik vaak overwerken of een of andere bonus verdienen. Nu moest ik het met mijn kale loon doen. De beloofde loonsverhoging ging ook al niet door, maar de prijzen bleven wel stijgen. Een enorme stakingsactie, die het hele land een dag lang had platgelegd, kon daar geen verandering in brengen. Het enige dat we hadden bereikt was, dat veel stakers, waaronder ikzelf, een uur op het politiebureau hadden doorgebracht. En dan zwijg ik nog over de belastingen die steeds zwaarder op ons drukken... Ons huis werd te groot. Niet alleen kostte het teveel aan verwarming, maar de belasting die we moesten betalen voor zo'n oppervlakte was niet meer op te brengen. We zagen geen enkele uitweg: we moesten het verkopen en kleiner gaan wonen. De makelaar die voor de verkoop zou zorgen, deed echt wel zijn best, maar doordat ook andere mensen de crisis voelden, was het vreselijk moeilijk om een koper te vinden. Uiteindelijk moesten we een bod aannemen waardoor we veel minder kregen dan de werkelijke waarde. Ondertussen was ik al geruime tijd op zoek naar een kleinere woning. Vreemd genoeg stond er nergens, maar dan ook echt nergens een huis te koop dat goed was voor ons. Alleen grote huizen stonden te koop, maar dat wilden we juist kwijt. Toen de dag naderde dat we ons huis moesten verlaten, schreef ik me in arren moede in bij een woningvereniging, zodat ik kans maakte op een bescheiden huurwoning. Het duurde niet lang of we kregen bericht dat er een woning voor ons beschikbaar was in de havenstad. Vol goede moed ging ik daar eens een kijkje nemen. Het was een gebouw van ruim 100 meter lang, bestaande uit 15 huurwoningen. De tweede van links, was me gezegd. Aan beide kanten was een ingang van een overdekte galerij. Het zag er aardig uit, dus ik vermoedde dat we hier wel zouden willen wonen. Ik draaide de sleutel in het slot en stapte de woning binnen. Beneden zag ik een woonkamer en een keuken. Boven... wel, dat zou ik later nog zien. Ik keek uit het raam en zag de galerij. In die galerij zag ik een raam dat naar buiten uitkeek, en daarin zag ik de reflectie van mijn aanstaande rechterbuurman, die kennelijk zat te eten. Na enige tijd hoorde ik diens huisdeur opengaan, en de buurvrouw ging de galerij op, gevolgd door haar man. Ik besloot de gelegenheid te nemen om kennis te maken. Ik volgde hen, verder naar rechts de galerij op. Die maakte een haakse bocht naar links vlak na de woning van genoemde buren. In het stukje voorbij de bocht viel mijn oog allereerst op een deur die op een kier stond. Daarachter was een wc te zien. Ik stelde me aan het bejaarde echtpaar voor en zij deden hetzelfde. De man vertelde dat in dit deel van de galerij allerlei dingen voor algemeen gebruik waren. Achter de wc-deur bevond zich bijvoorbeeld ook een douche. Ik vroeg me in stilte af of de woningen dan geen eigen badkamer hadden. Bovendien... één douche voor al die gezinnen, dat kon nooit genoeg zijn. In een hoek stond een wasmachine... of iets dat daarvoor door moest gaan. Verder was daar nog een deur naar een zaaltje dat kennelijk diende voor activiteiten van de gezamenlijke bewoners. Ik bedankte mijn nieuwe buren, waarvan ik verwachtte dat ik een heel goede band met hen zou hebben, en ging de woning weer binnen. Eerst ging ik de trap op om de bovenverdieping te bekijken. Het eerste dat me opviel was een muur waartegen een enorme hoop dozen stond opgestapeld. In de eerste doos zat een paar kindersloffen, in de tweede ook, in de derde een paar sloffen voor volwassenen, in alle volgende ook weer... Ik vroeg me af waarom de vorige bewoner die had achtergelaten, maar ook waarom iemand zoveel sloffen in huis zou hebben. Als dit gestolen waar was, kon ik in de problemen komen. Zou ik de politie bellen? Op de dag dat we in genoemde woning waren ingetrokken, vond ik een brief op de deurmat. Meteen vertelde ik mijn vrouw wat erin stond: we waren opgeroepen om naar de haven te komen. Ook mijn schoonzus belde ik. Die zat in dezelfde situatie als wij, en had in deze zelfde stad al eerder een huisje gehuurd. Zij had ook zo'n brief gekregen, dus we besloten samen te gaan. Het liep tegen de avond toen we bij de haven aankwamen. We werden met z'n allen (en dan heb ik het over honderden, misschien wel duizenden mensen) naar de ingang van een soort gang gebracht die redelijk steil omhoog ging, dus duidelijk gingen we aan boord van een schip. Mijn vrouw en schoonzus bleven de hele tijd bij elkaar en ik hield mijn neefje in de gaten. Die jongen vond het allemaal machtig interessant en liep alle kanten op. Niet ver achter ons werd de ingang gesloten en we werden met zachte drang voort gedreven. Toen de gang splitste, namen we de rechter weg, maar mijn neefje rende op het laatste moment de linker gang in. Ik liep hem achterna om hem terug te brengen, maar mijn vrouw riep me na dat als ik die gang in ging, we elkaar kwijt zouden zijn; in die mensenmassa zouden we elkaar immers nooit meer terugvinden! Maar mijn neefje... ik besloot het erop te wagen. Als ik hem gauw genoeg zou vinden, kon ik hem bij zijn moeder terugbrengen. De zoektocht wierp geen vruchten af. Al zoekend was ik ver achter de groep geraakt. Van de mensenmassa was niets meer te zien. Van mijn neefje trouwens ook niet. Inmiddels bevond ik me op een schip. Ik ging over de reling hangen en keek uit naar de stad, die (hoe vreemd) in volslagen duisternis gehuld was; alle straatlantaarns waren gedoofd. Dit beviel me niet. Werd de hele stad ontruimd? Waar gingen we naartoe? Waarom die geheimzinnigheid? Onwillekeurig moest ik aan de jaren 1940-'45 denken. Werden we naar vernietigingskampen gedeporteerd? Maar vooral: zou dit misschien de verklaring zijn van het feit dat er zoveel spullen van vorige bewoners in de woningen waren achtergebleven? Hoeveel mensen waren er dan al gedeporteerd??? Ik wist dat er al jarenlang heel gemene spelletjes op hoog niveau werden gespeeld, maar dit was nu toch wel onverwacht... Dan zag ik het plafond. Het duurde een paar seconden voordat ik besefte wat er aan de hand was. Naast me lag mijn vrouw nog in diepe slaap. Gelukkig; het was maar een droom geweest!
|
Naar hoofdpagina "Fred de Koning" |