Wie wind zaait...

door Fred de Koning

Bert Ram, de eigenaar van een kleine supermarkt, was helemaal niet blij met zijn "Hollandse" klant. Hij vond dat Limburg voor de Limburgers moest zijn. Die mening deelde hij met veel van zijn dorpsgenoten. De klant, die we maar even voor het gemak Fred zullen noemen, was trouwens helemaal geen Hollander maar een Fries. Fred was in de streek komen wonen doordat daar toevallig woonruimte vrij was. Fred had als enige eis gesteld dat er 4 muren omheen stonden en er een dak bovenop rustte. Nou ja, de benaming "dak" was niet helemaal terecht; als het regende, was een paraplu in de huiskamer geen overbodige luxe. Na enkele jaren vond hij een betere woning op 3 kilometer daarvandaan, namelijk in het dorp tegen de Duitse grens aan, waar ook de winkel van Bert Ram was. En zo begonnen de problemen...

In al die jaren dat Fred daar woonde, had hij nooit een vaste baan gehad. Er was veel werkloosheid in de streek en àls er al een baantje was, gaf men dat liever aan een Limburger. Af en toe werkte hij een paar dagen of nachten via een uitzendbureau, maar verder moest hij van de Bijstand rondkomen. Daardoor was hij steeds handiger geworden in het vinden van de laagste prijzen van levensmiddelen. Bert Ram had niet bepaald de goedkoopste winkel in de buurt, maar als er iets in de reclame stond, was Fred er snel bij om er zijn voordeel mee te doen. Daar was Bert Ram niet blij mee. Of laten we liever zeggen: daar was Bert Ram helemáál niet blij mee...

Op een dag zag Fred toevallig een diepvriesmaaltijd voor een prijs die enkele centen lager was dan een winkel die 8 kilometer daarvandaan lag. Mooi, dacht Fred, want nu bespaar ik me niet alleen dat hele stuk fietsen, maar ik ben ook nog goedkoper uit. Hij nam een paar verpakkingen uit de vriezer en ging ermee naar de kassa.
"Meneer, die prijs is niet goed; het is niet f 3,50 maar f 4,50 (resp € 1,59 en € 2,04)." Fred kende echter zijn rechten: als een product fout geprijsd is en het is geen overduidelijke vergissing, is de winkelier verplicht de lagere prijs te rekenen. Dat liet hij dan ook duidelijk merken, en even later ging hij naar huis met de diepvriesmaaltijden voor de lage prijs.

Weken gingen er voorbij. Fred kwam maar uiterst zelden in de winkel van Bert Ram, maar dan was het weer zover. Nico, zijn buurman, tevens verhuurder, had hem gevraagd, in genoemde winkel een bik hondenvoer te halen. Geen probleem, dacht Fred. Maar daarin vergiste hij zich. In tegenstelling tot de keer daarvoor, kreeg hij aan de kassa met de baas zelf te maken. Die gaf hem 2 gulden te weinig terug en zei erbij: "Dat is voor wat je te weinig betaald hebt. En vanaf nu wil ik je niet meer in mijn winkel terugzien. Heb je dat goed verstaan?"
Fred moest even nadenken over een goed antwoord. "Ja, maar ik geloof mijn oren niet... En het laatste woord is hierover nog niet gezegd." Met deze woorden verliet hij de winkel.

Nog dezelfde dag reed hij op zijn fiets naar het politiebureau om aangifte te doen van diefstal. De agent hoorde het voorval aan en zei toen dat de politie voor zo'n klein bedrag niet in actie kwam. Fred wist dat dat niet waar was; had hij voor f 2 in de winkel gestolen, dan waren ze wel degelijk gekomen; dat wist hij heel zeker. Maar ja, probeer in een dorp dat ten eerste "buitenstaandervijandelijk" is en ten tweede door de middenstand geregeerd wordt, maar eens je recht te halen!
Geeft niet, dacht Fred, ik zal in ieder geval de Consumentenbond inschakelen. En zo gezegd, zo gedaan. Die avond schreef hij in detail wat er gebeurd was en stuurde dat naar genoemde organisatie.

De volgende dag fietste Fred via een landweggetje naar een naburig dorp. Achter hem hoorde hij dat een auto ook het landweggetje opdraaide. Dat is vreemd, dacht Fred, want auto's komen hier bijna nooit. Hij keek achterom en herkende de bestelwagen van Bert Ram. Die naderde... en maakte geen enkele aanstalte om te remmen. Uitwijken was daar vrijwel niet mogelijk. Fred greep zijn fiets en dook daarmee de bosjes in. De bestelwagen miste daardoor zijn doel. Maar toen Fred even later weer verder fietste, stond dezelfde wagen verderop met draaiende motor te wachten. Fred zette zich schrap... en terecht, want opeens begon de wagen met hoge snelheid achteruit te rijden. Fred dook links de berm in en weer was hij aan de dood ontsnapt. Op dat moment kwam er een man in beeld die een hond uitliet. De chauffeur wilde kennelijk geen getuigen bij zijn daad hebben en reed weg.
Fred reed door, maar nu naar het politiebureau, dat in dezelfde richting lag. Daar aangekomen kreeg hij te horen dat hij zijn aangifte maar het beste schriftelijk kon doen. Verder zei de agent dat ze Bert Ram dan de wacht zouden aanzeggen...
Fred, die aardig bedreven was in het schrijven van verhalen, zette de hele geschiedenis keurig op papier en leverde dat de volgende dag in op het politiebureau.

De week daarna gebeurden er drie dingen.
1. De Consumentenbond stuurde Fred een brief waarin stond dat ze Bert Ram hadden gevraagd wat die op de beschuldiging te zeggen had. Deze had geantwoord dat Fred prijsplakkertjes van het ene product op het andere geplakt had, en dat daar getuigen van waren. De Consumentenbond schreef dat Fred eerst maar moest bewijzen dat hij zich daar niet schuldig aan had gemaakt. Anders zouden ze niets voor hem doen.
2. Fred kon zich bijna nergens meer in het dorp vertonen of hij kreeg allerlei scheldwoorden naar zijn hoofd geslingerd. Het was duidelijk dat Bert Ram Fred op grote schaal zwart had gemaakt.
3. Toen Fred bij de politie melding maakte van deze vorm van laster, beweerde de politie dat ze nooit eerder een aangifte van Fred hadden gekregen. Fred begreep meteen waarom ze hem hadden gevraagd om zijn aangifte schriftelijk te doen: bij een mondelinge aangifte geven ze een afschrift; bij deze schriftelijke aangifte hadden ze hem géén bewijs gegeven dat hij iets had afgegeven.

Voor Fred was de maat vol. Hij besloot met gelijke wapens terug te vechten. Het enige verschil was, dat Fred niet zou liegen...

Ongeveer een half jaar later besloot Nico zijn huis te verkopen en elders te gaan wonen: meer dan 100km daarvandaan. Fred begon in diezelfde buurt naar woonruimte te zoeken, want dan zouden ze samen met één vrachtwagen kunnen verhuizen, hetgeen de kosten aardig zou drukken. Alles ging volgens plan en Fred keerde het dorpje voorgoed de rug toe.
In een winkel in zijn nieuwe woonplaats vertelde hij eens wat hem in zijn vorige woonplaats overkomen was. De winkelier antwoordde daarop dat het niet eens mogelijk is om prijsplakkertjes te verzetten; ze plakken gewoon niet meer; bij diepvries al zeker niet!
Fred schreef dit in een brief aan de Consumentenbond. Het antwoord van deze organisatie was... stilte in alle talen. Geen enkele brief werd nog beantwoord. Uiteraard beantwoordde Fred die stilte met stilte. Hij stuurde géén opzegging en hij heeft niet meer betaald voor zijn lidmaatschap.

Nu slaan we een jaartje over... Nico, die nu op 10km afstand van Fred woonde en nog steeds een goede vriend van Fred was, vertelde dat hij in zijn vorige woonplaats geweest was. Hij zei: "Zeg, ik heb daar iets gehoord dat je zal interesseren: weet je dat Bert Ram van pedofilie beschuldigd wordt?"
Fred lachte en zei: "Het is dus gelukt! Het recht heeft gezegevierd!!!"

Nico reageerde vol verbazing: "Wat bedoel je daarmee?"
"Weet je nog dat jij me eens had verteld dat Bert Ram aan kinderen de volle prijs berekende van afgeprijsde artikelen, en dat ze een héél grote mond terug kregen als ze zeiden dat de prijs niet goed was? Wel, ik heb hier en daar gezegd dat heel wat kinderen geheel overstuur thuisgekomen waren van een winkelbezoek. Dat werd natuurlijk op typisch dorpse manier doorverteld: met gekleurde randjes eromheen... en deze versie is precies waar ik op gehoopt had. Bert Ram heeft bij mij wind gezaaid en een orkaan geoogst!"

 

 

 

 

 

Naar hoofdpagina "Fred de Koning"